CeBeDeM

CeBeDeM

index
van de aangesloten componisten

WESTERLINCK, Wilfried

Wilfried WESTERLINCK werd geboren te Leuven op 3 oktober 1945. Aan het conservatorium van Brussel studeerde hij hobo en harmonie bij respectievelijk Louis van Deyck en Victor Legley. Dit werd aangevuld met opleidingen orkestdirectie (Daniël Sternefeld), muziekanalyse en vormleer (August Verbesselt) aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium in Antwerpen. Van 1970 tot 1983 bleef hij aan deze instelling verbonden als docent muziekanalyse. In Monte Carlo volgde Westerlinck nog een cursus orkestdirectie bij Igor Markevitsj. Sedert 1968 lag zijn hoofdbezigheid echter bij de VRT, waar hij tot begin 2001 verantwoordelijk was voor de productie en uitzending van kamer- en orkestmuziek. In de jaren '90 stond hij mede aan de basis van media-evenementen als De Nacht van Radio 3 en Radio 3 in de Stad. Daarnaast is hij bestuurlijk actief binnen diverse organisaties van de Belgische klassieke muziekwereld. Sommige van zijn composities vielen in de prijzen: Metamorfose (Tenutoprijs, 1972), Landschappen I (prijs van de provincie Antwerpen, 1977). In 1985 ontving Westerlinck de Jef Van Hoof-prijs voor een liedcyclus op teksten van Bertus Aafjes en de Eugène Baie-prijs voor zijn volledige oeuvre. In 2004 was hij gastleraar compositie aan de muziekacademie van Gdansk.

WERKBESPREKING
Dat de omvang van een oeuvre niet noodzakelijk correlatief is met de kwaliteit ervan, kan muziekhistorisch voldoende onderbouwd worden. Ook Westerlinck is een componist die, ondanks zijn geringe productie, een bijzondere compositorische vakkundigheid aan de dag weet te leggen. Dat blijkt reeds in Metamorfose (1971) voor orkest. Het werk vertrekt vanuit een twaalftoonreeks. De reeks fungeert hier niet als een totalitair gegeven, maar eerder als leidraad waaruit vrij segmenten kunnen geselecteerd worden. Zo presenteert de fluit aan het begin enkel de eerste zeven tonen van de reeks, waarna de volgorde van diezelfde tonen herhaaldelijk gepermuteerd wordt. Dit werkt een zekere melodische en harmonische staticiteit in de hand. Het transformeren en ontwikkelen van beperkt basismateriaal (een motief, een reeks, een akkoord) zal overigens een constante blijven bij Westerlinck. In die zin is de titel Metamorfose paradigmatisch voor zijn complete oeuvre. Landschappen III-V (resp. 1980, 1981 en 1983) bijvoorbeeld, openen alle drie met een bitonaal akkoord. De symmetrische opbouw van deze akkoorden biedt heel wat constructieve mogelijkheden voor het verwerkingsproces. Die mogelijkheden worden ten volle benut. Celontwikkeling staat ook centraal in de drie Strijkkwartetten. Na het openingsakkoord van het Tweede Strijkkwartet (1987) verschijnt een motief, dat eerst gesequenseerd wordt, vervolgens uitgebreid en tenslotte opgesplitst in verschillende componenten (die elk onafhankelijk nog eens een ontwikkeling ondergaan). Hetzelfde geldt voor het Derde Strijkkwartet (1994). Het tweenotenmotief in de eerste maat wordt reeds in de volgende maat ritmisch en melodisch gevarieerd. Maten 3 en 4 vormen op hun beurt een variant van maat 2, enz. Wat Westerlinck echter onderscheidt van andere componisten die zich op deze lijn bevinden (Beethoven, Brahms, Schönberg), is de opvallende afwezigheid van contrapunt. Daarmee belanden we bij een tweede constante in Westerlincks muziek. Een complexe contrapuntische uitwerking zou een ongeremde ontplooiing van de lyrische frase alleen maar bemoeilijken. Dit is zeker het geval wanneer in de loop van de jaren '80 de percussieve ritmiek meer en meer veld moet ruimen voor cantabile-stemvoeringen (vb. Canto II voor cellosolo, de hoornpartij in Landschappen I). De zorgvuldig geplaatste akkoorden staan dan ook hoofdzakelijk ten dienste van de zich ontwikkelende melodielijn; ze brengen vooral kleur bij. Voor dit harmonisch materiaal wordt geput uit het repertoire van de eerste helft van de 20ste eeuw: atonale akkoorden (soms chromatische clusters, vb. het begin van het tweede deel van Strijkkwartet nr 2), bitonale akkoorden (Landschappen-cyclus), "majeur-mineur"-akkoorden, maar vaak ook onverhuld tonale drieklanken (Preludio per una danza antica voor vierhandig piano).

De aandacht voor kleur en timbre komt verder tot uiting in de instrumentatietechniek. Westerlinck heeft zich daarbij nooit laten verleiden tot onconventionele speelwijzen. In Landschappen I-V worden de timbremogelijkheden van de diverse kamermuzikale bezettingen fijnzinnig afgetast. De "natuurlijke" sonoriteit van het instrument (of ensemble) krijgt voorrang op vernieuwing en experiment. Dat blijkt eens te meer uit een recent werk als Talisman (2001), voor klarinet solo.

Een vooralsnog onopgemerkt kenmerk in het œuvre van Westerlinck is de recyclage van eigen materiaal. Voor werken met dezelfde titel is dit wellicht evident (Canto I en Canto III). Minder voor de hand liggend zijn evenwel volgende referenties: delen uit de Epigrammen duiken op in het Derde Strijkkwartet en in Pierrot; het slotmotief van Landschappen I is het basismotief van Maclou; de dalende progressie van volmaakte akkoorden op E, B, G, Cis kwam reeds voor in een vernietigd jeugdwerk, maar duikt ook op in Landschappen I, Bagatellen en Drie koraalfanfares.
Talisman (2001), een virtuoos werk voor klarinet solo, valt uiteen in drie delen met als titels Frontispice, On the Crownest en Gryphons. Het eerste deel situeert zich voornamelijk in het lage register van de klarinet, waar dit instrument een mooie, volle klank produceert. Ritmisch is het een levendige beweging met veel zestiende noten en een terugkerend ritmisch motiefje (zestiende rust, zestiende noot, achtste noot). Een vloeiende overgang (meno mosso) leidt ons naar het tweede deel. In deze langzame beweging worden de lyrische kwaliteiten van de klarinet naar voor geschoven. De ritmiek is gevarieerder, en de melodische intervallen zijn veel groter, waardoor nu ook het hogere middenregister aan bod komt. Via enkele reminiscenties aan de eerste beweging komen we in een onrustiger derde deel waarin de virtuositeit ten top gedreven wordt. Het werk eindigt uiteindelijk verstild, met een uitstervende lage si.

Niettegenstaande hij in een aantal werken een zeer moderne muzikale taal en techniek hanteert (vb. seriële technieken in Elegie van de Zee en van de Liefde; de aleatoriek in het middendeel van Metamorfose en in Landschappen I; het uitermate disjunct melodisch verloop van de trombone in "S"), staat Westerlinck mijlenver af van het avant-gardisme van sommige generatiegenoten. Zijn omgang met het muzikale materiaal is zelfs sterk geworteld in de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw. Toch is Wilfried Westerlinck geen postmodernist. Waar de voorvechters van deze strekking het muzikale kunstwerk steevast in twijfel trekken via allerlei dubbelzinnigheden, gelooft Westerlinck nog steeds in een kunst zonder maskers of valkuilen.

SELECTIEVE WERKENLIJST
- Orkest: Metamorfose (1971); Elegie van de Zee en van de Liefde (1975)
- Kamermuziek: Epigrammen (1968); Luchtige Etuden voor een Zomerwerk (1970); Canto I-III (1976-482); Aquarel nr 1 en 2 (1977, 1991); Landschappen I-V (1977-'83); Strijkkwartet nr 1, 2 en 3 (1978-'94); S (1972; toevoeging van tape in 1980); Pierrot (1999); Scarpette d'Italia (1992); Talisman (2001); Canzone Bucolico, voor ballet, voordracht, 2 fluiten en percussie (2001); Pessoa-aubade (2003); Berceuse van Tanchelijn (2002); Kakimori Bunko, voor voordracht, engelse hoorn of bassethoorn, basklarinet en piano (2004); Carillon nr. 3 voor groot blazersensemble, piano en slagwerk (2005)
- Pianomuziek: Vier Bagatellen (1967-'78); Sonate nr 1, 2 en 3 (1983-'86); Preludio per una danza antica (1985); Review (1970-'91)
- Liederen: Drie liederen (1964); Zes liederen (1970); Drie Impromptu's met Epiloog (1985), Proloog, gevolgd door vier kleine mysteries (1993); Ave Maria, voor 4 vrouwenstemmen (2002)
- Beiaard: Triptiek (2001)

SELECTIEVE BIBLIOGRAFIE
- M. DELAERE, Aftasten van de Muzikale Horizon. De landschappen I-V van Wilfried Westerlinck, programmaboek festival I Fiamminghi in Campo, 22, 23 en 24 februari 1995, p. 15-21
- M. DELAERE, art. Tussen Wellust en Weemoed, in Muziek en Woord, 21/2, 1995, p. 5
- Y. KNOCKAERT, De modernisten, Generatie 1940-'50, in Nieuwe Muziek in Vlaanderen, uitg. dr M. DELAERE, Y. KNOCKAERT en H. SABBE, Brugge, 1998, p. 122-123
- H. SLEDSENS, art. Van Heinde en Verre, in Muziek en Woord, 27/1, 2001, p. 20

SELECTIEVE DISCOGRAFIE
- Metamorfose, Cultura LP/5073-N2
- Twee kleine feestelijke stukken, R. Gailly CD/88.903
- Strijkkwartet nr 1, Phaedra CD/ JF-IC-02
- Poëma, J.M.Vlaanderen CD/JM 5539 A
- Van Heinde en Verre, Phaedra CD/292.005
- Landschappen IV, MUSIC FOR HARP, FLUTE, VIOLIN, VIOLA AND CELLO (Arpae Ensemble), Phaedra (In Flanders' Fields, vol. 12) 92012
- Preludio per una danza antico, Eufoda 1244
- Pierrot, LOOK, A BASS CLARINET IN MY GARDEN! (Trio Classicum; Moscow Chamber Soloists; basklarinet: Jan Guns, marimba, klokkespel en vibrafoon: Rita Rommes), Phaedra (In Flanders' Fields, vol. 20) 92020
- S, Phaedra CD/92023
- Carillon I – CD Radio 3/ R3 98009
- Landschappen II, Phaedra CD/92038
- Kijk, een basklarinet in mijn tuin!, Phaedra CD/92043


[© 2001 Bart Put, voor MATRIX ; © 2005 Klaas Coulembier, voor MATRIX (update)]

werken

  • "S", 1972
    trombone solo en tape 00:14:31
  • Als in een zwijgend laken, 1998
    dans, Recitant en piano vierhandig 00:16:40
  • Aquarelle nr.1, 1977
    fluit 00:05:17
  • Aquarelle nr.2, 1991
    fluit 00:00:00
  • Aria, 2010
    viool en cello 00:04:00
  • Bicinium, 1970
    altviool en cello 00:00:00
  • Canto I, 1976
    gitaar 00:05:30
  • Canto II, 1982
    cello 00:08:00
  • Canto III, 1982
    harp 00:05:30
  • Canzone bucolico, 2001
    2 fluiten en slagwerk 00:00:00
  • Carillon II, 1981
    3 trompetten, 4 hoorns en 3 trombones 00:04:00
  • De gesloten kamer, 1985
    Tenor en piano 00:06:20
  • Drie impromptu's met epiloog, 1986
    Tenor en piano 00:15:00
  • Drie koraal-fanfares, 1983
    2 trompetten, hoorn, trombone en tuba 00:04:40
  • Elegie van de zee en van de liefde, 1975
    orkest 00:07:30
  • Epigrammen, 1968
    viool, altviool, cello 00:04:30
  • Evening song, 1987
    hobo 00:02:20
  • Facing the Kasuga-Shrine in Nara, 1997
    bassethoorn en slagwerk (1 uitvoerder) 00:11:00
  • Fantasia-Sonata, 1986
    piano 00:09:30
  • From far and near, 1990
    basklarinet en marimba 00:15:00
  • Gisekin Rapsodie, 2003
    piano vierhandig 00:13:30
  • Intermezzi di Salvareggio, 1996
    tenorblokfluit 00:09:20
  • Kijk, een basklarinet in mijn tuin!, 1985
    basklarinet 00:07:30
  • Kleine wals, 1983
    piano 00:03:00
  • Landschappen I, 1977
    fluit, hobo, klarinet, hoorn en fagot 00:09:00
  • Landschappen II, 1979
    strijkorkest 00:12:00
  • Landschappen III, 1980
    2 trompetten, hoorn, trombone en tuba 00:08:00
  • Landschappen IV, 1981
    fluit, harp en strijktrio 00:10:00
  • Landschappen V, 1983
    trompet en 12 solo strijkers 00:08:20
  • Landschappen VI, 2008
    strijkkwartet 00:00:00
  • Maclou, 1975
    hoorn 00:00:00
  • Metamorfose, 1971
    groot orkest 00:11:02
  • Nocturne, 1974
    Mezzosopraan, hobo en 12 strijkers 00:11:00
  • Pierrot, 1999
    klarinet, bassethoorn en basklarinet 00:00:00
  • Poëma, 1976
    orkest 00:07:00
  • Preludio per una danza antica, 1985
    piano vierhandig 00:07:10
  • Proloog, gevolgd door vier kleine mysteries, 1993
    Tenor en piano 00:00:00
  • Review, 1970
    2 piano's 00:22:00
  • Scarpette d'Italia, 1992
    hobo, oboe d'amore, Engelse hoorn en gitaar 00:00:00
  • Sonate nr.1, 1983
    piano 00:17:00
  • Sonate nr.2, 1985
    piano 00:13:00
  • Strijkkwartet nr.1, 1978
    2 violen, alt en cello 00:15:24
  • Strijkkwartet nr.2, 1987
    2 violen, alt en cello 00:16:40
  • Strijkkwartet nr.3, 1994
    2 violen, alt en cello 00:20:30
  • Suite, 1964
    clavecimbel 00:00:00
  • Talisman, 2000
    klarinet in si b 00:10:20
  • Thema, 1997
    orgel 00:00:00
  • Triptiek, 2001
    beiaard solo 00:00:00
  • Twee kleine feestelijke stukken, 1986
    klokkenspel met klavier 00:05:45
  • Variaties op een thema van Paganini, 1985
    piano 00:18:00
  • Vier bagatellen, 1967
    piano 00:13:00
Bladzijdes :
1 2 3 4 5 6