CeBeDeM

CeBeDeM

index
van de aangesloten componisten

NUYTS, Gaston

Gaston NUYTS werd geboren op 26 maart 1922 in Deurne. Vanaf 1943 maakte hij haast ononderbroken arrangementen van originele composities, zowel voor kleine bezetting maar ook voor symfonisch orkest. Van 1971 tot 1987 was hij leraar toontechniek aan het Koninklijk Muziekconversatorium te Brussel. Hij fungeerde vaak als jurylid bij verscheidene binnen- en buitenlandse wedstrijden. Gaston Nuyts dirigeerde talloze concerten en studio-opnames voor de radio, TV en theater (KNS Antwerpen, KVS Brussel, Alhambra Brussel, Carré Amsterdam). In 1965 begeleidde hij als dirigent Lize Marke bij het Eurovisiesongfestival met de inzending Als het weer lente is van Jef van den Berg. Nuyts was medewerker van het NIR en de BRT tot 1983, en dirigeerde ook voor buitenlandse zenders waaronder de NOS en de BBC. In 1955 werd hij commissielid van Sabam, in 1969 bestuurslid en vanaf 1990 gedelegeerd bestuurder. Tot 2001 was hij voorzitter van Uradex, vereniging voor de rechten van de uitvoerder, en tot 1993 vervulde hij de functie van muziekadviseur van de provincie Antwerpen. Verschillende van Nuyts’ composities werden bekroond met een onderscheiding. Zo kreeg hij in 1961 een televisie-Oscar voor het programma Wereldmelodieën. Het TV-programma Deep River kreeg de Bert Leysen-prijs. In 1966 mocht hij de Franz Andelhof-prijs van Sabam ontvangen voor zijn volksliedbewerkingen. De compositieprijs van de provincie Antwerpen won hij in 1976 voor het kamermuziekwerk Bi-Triptychon voor fluit, viool, fagot en clavecimbel. In 2005 werd hem tot slot de Europese koorcompositieprijs Die goldene Stimmgabel van AGEC toegekend voor het a cappella-koorwerk Canticum Canticorum Salomonis.

WERKBESPREKING
Een groot deel van Gaston Nuyts’ compositorisch werk kan omschreven worden als goed en degelijk vakwerk, met een functioneel opzet, gedreven door een idealistische intentie om luisterliederen die het volk generaties lang zong weerom tot het volk te brengen. Nuyts wijdde zich dan ook zeer intensief aan talloze arrangementen van Vlaamse volksliedjes en ook kerkliederen. Deze composities worden vaak ten hore gebracht in koorformatie of ensemble en vormen een vaste waarde bij het jaarlijkse Vlaams Nationaal Zangfeest. Vlaamse fantasie op oude volkswijsjes (s.d.) is een toonbeeld van de bewerking voor koperkwintet (twee trompetten, hoorn, trombone en tuba): een verticale stijl wordt nagestreefd met de nadruk op akkoordwerking, afgewisseld met snelle fugatische motieven. Nuyts wijkt af van de traditionele harmonisatie die zo significant is voor volksliederen door de harmonie op een originele manier te verrijken om zo een extra dimensie aan deze liederen te geven. 

Naast zijn arrangementen van volksliederen en medley’s schreef Nuyts talloze composities voor kamermuziekensemble, zeer vaak in opdracht. Nuyts hanteert een zeer specifiek timbre, waar hij elk instrument in zijn eigenheid laat en het hieraan specifiek gelieerde coloriet volledig tot zijn recht laat komen. Hij schrijft met andere woorden zeer idiomatisch, wat resulteert in een zeer volle en dense klank. Voor de instrumentist in concreto vormen Nuyts’ composities vaak een uitdaging, daar zeer goede technische vaardigheden vaak vereist zijn. Saxioma (s.d.), een soort van concerto grosso voor saxofoonsextet, begeleid door saxofoonorkest, bestaat uit drie delen. Het eerste deel Axioma wordt beheerst door één basismotief dat gedurende dit ganse deel geëxploreerd wordt en afgewisseld wordt met fugatische elementen. 
Dit basismotief wordt afwisselend begeleid door syncopische akkoorden en een meer melodisch gegeven. Het tweede deel Melopee is een traag en ingetogen gedeelte, waar het lyrische overheerst. Het vangt aan met een tutti-passage die zeer melodisch van aard is en die wordt onderbroken door een expressieve interventie van het solistische sextet om weerom terug te keren naar de tutti-passage, de structuur van een klein driedelig lied als het ware. Het derde deel Azymuth vangt aan met een energiek en ritmisch motief, gevolgd door een lyrisch stijgende lijn. Dit deel eindigt met een virtuoze coda in het sextet, bovenop een statisch klanktapijt in het orkest. 

Movement for 5 brass (s.d.) voor twee trompetten, hoorn, trombone en tuba bevat in zijn titel de namen voor de vijf delen van dit werk, een woordspeling die bewust verwarring zaait. Het eerste deel Move is zeer energiek en ritmisch en is zeer virtuoos geconcipieerd. Akkoordpassages worden afgewisseld met fugatische elementen. Deze continue toevoer van energie wordt abrupt dynamisch en stilistisch onderbroken met een klanktapijt in piano. Na deze interlude eindigt het deel op dezelfde manier als het begonnen was, met een constante ritmische puls. In het tweede deel Moments wordt een lyrisch melodisch gegeven ingezet door de hoorn, overgenomen door de trompet. Onder deze melodie staat aanvankelijk een akkoordbegeleiding, die later uitmondt in percussieve effecten. Dit deel eindigt op majestueuze wijze in forte met brede akkoorden. Het derde deel, enigszins verwarrend Fo(u)r genaamd, opent met een energieke en subtiele afwisseling tussen hoge en lage kopers, waaruit een energiek stuwend thema vloeit, eerst in de trompet dan in de trombone. Dit thema wordt ritmisch begeleid door een ostinate bas. Het tweede gedeelte van dit deel bestaat uit een dalende en stijgende akkoordprogressie, steeds afgewisseld met een kort lyrisch tritonus-motief in de tuba. Na een paar briljante forte-uitbarstingen eindigt dit deel met het kopmotief. In het vierde deel Five ontluikt na een traag op gang komende beweging een ostinate begeleiding, waarboven zich een brede melodie ontwikkelt in de eerste trompet. Deze melodie bouwt zich op naar een fanfaremotief, dat nadat het op zijn hoogtepunt gekomen is, weer afbouwt naar een nieuw lyrisch gegeven in de eerste trompet, dat homofoon begeleid wordt. Het vijfde deel Brass opent met een heroïsch motief en gaat onmiddellijk over in uiterst snel en ritmisch passagewerk, dat frappant is door het energieke en dynamische dat het uitstraalt. Dit passagewerk wordt onderbroken door glissandi-effecten in de trombone en de hoorn. Juist voor het einde van dit werk beoogt Nuyts een sterke contrastwerking door plots een zachte passage te integreren die onverbiddelijk plots weer overgaat in forte. Zijn toonspraak is eerder verglijdend tonaal, waardoor Nuyts stilistisch behoort tot een meer traditionele strekking, doch waarbij modernere tendenzen en originele vondsten niet categoriek geweerd worden. 

Gaston Nuyts heeft zich ook ten volle gewijd aan muziek voor toneel en kindermusicals, onder andere in samenwerking met René Swartenbroekx en Josée Fleurackers. Deze composities volgen nauwgezet de tekst en zijn ten volle toegespitst op de actie die ze begeleiden.

WERKLIJST
- Kamermuziek: Saxioma voor saxofoonensemble (s.d.); Vlaamse fantasie op oude volkswijsjes voor koperkwintet (s.d.); Movement for 5 brass voor koperkwintet (s.d.); Miniaturen voor blaaskwintet (1976); Bi-Triptychon voor fluit, viool, fagot en clavecimbel (1976); Bar-o-kjana voor saxofoonkwartet (1980); Pop ’n polka voor contrabas (1981); Hyper-Cussion voor slagwerk en elektrische bas (1982); Grill 82 voor slagwerk en trombone-octet (1982); Escapades voor klarinetkwartet (1992); Strijkkwartet 4x4 (2000); Intermezzo elegiaco voor strijkers (2002)
- Vocaal: Canticum canticorum Salomonis (2003)


[© 2006 Gudrun Dewilde, voor Matrix]

werken

  • 4 X 4, 2000
    2 violen, alt en cello 00:12:30
  • Al onder de weg van Maldegem
    tweestemmig koor a cappella 00:02:10
  • Alla dansa
    driestemmig koor a cappella 00:03:00
  • Babel-babbel
    gemengd koor a cappella 00:02:50
  • Bi-Triptychon
    fluit, viool, fagot en clavecimbel 00:10:20
  • Blijdschap
    gemengd koor a cappella 00:02:40
  • Canticum Canticorum Salomonis
    gemengd koor a cappella 00:30:00
  • De boer had maar ene schoen
    gemengd koor a cappella 00:02:35
  • Den uil die op den pereboom zat
    driestemmig koor a cappella 00:02:15
  • Dwaas deuntje
    3 gelijke stemmen 00:03:00
  • Heel gewoon
    tweestemmig koor a cappella 00:02:25
  • Ik hoorde dees dagen
    gemengd koor a cappella 00:02:25
  • Intermezzo elegiaco, 2002
    2 violen, alt en cello 00:06:00
  • Intermezzo elegiaco, 2002
    strijkorkest 00:06:00
  • Kleine hand in mijne hand
    driestemmig koor a cappella 00:03:20
  • Kleur je lied
    driestemmig koor a cappella 00:02:15
  • Messere messerino
    driestemmig koor a cappella 00:02:10
  • Muoia chi non vuol cantare
    gemengd koor a cappella 00:03:10
  • O perlaro
    gemengd koor a cappella 00:02:45
  • Onomatopee
    driestemmig koor a cappella 00:02:10
  • Orientis partibus
    driestemmig koor a cappella 00:03:00
  • Pilipili
    driestemmig koor a cappella 00:02:10
  • Play-in
    harmonieorkest 00:08:00
  • Toen Hanselijn over de heide reed
    3 gelijke stemmen 00:03:05
  • Vlaanderen
    middenstem en piano 00:05:00
  • Wat zullen onze patriotjes
    tweestemmig koor a cappella 00:02:00
  • Ziel van de zee
    tweestemmig koor a cappella 00:02:20
Bladzijdes :
1 2 3