CeBeDeM

CeBeDeM

index
van de aangesloten componisten

MAEYER, Jan De

Jan DE MAEYER, directeur van het Stedelijk Conservatoruim in Mechelen, werd in 1949 geboren in Bornem. Aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen studeerde hij hobo, kamermuziek en compositie bij Willem Kersters. Gelijktijdig volgde hij de opleidingen klassieke filologie en oude geschiedenis aan de Katholiek Universiteit van Leuven. In 1973 behaalde hij de hogere diploma’s voor hobo en kamermuziek en een Eerste prijs muziekgeschiedenis. Daarna volgden een Eerste prijs althobo, harmonie, contrapunt en compositie. De Maeyer behaalde de prijs Pro Civitate, de Alpaertsprijs voor solfège en kamermuziek, de Annie Rutzkyprijs, Tenuto, de Ferstenbergprijs voor contrapunt en fuga en de Eerste prijs op de internationale wedstrijd voor kamermuziek te Colmar. Als componist werd hij in 1981 bekroond met de Peter Benoit Prijs voor zijn koperkwintet La Consolazione, in 1982 met de Eerste prijs van de Provincie Antwerpen, in 1983 met de Prijs A. De Vleeschouwer voor Portret van 7 Romeinse Goden en de Koopal-beurs voor zijn Concerto da Camera voor kamerorkest en Het Glorierijke Licht voor symfonieorkest.

Momenteel is Jan De Maeyer naast zijn functie van directeur van het Stedelijk Muziekconservatorium, docent hobo en althobo aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium Antwerpen. Bovendien is hij hoboïst van het houtblazerstrio Avena, het houtblazerskwintet Amadea en het Antwerps kamermuziekensemble.

WERK
In zijn jeugd schreef Jan De Maeyer gebruiksmuziek voor harmonie-orkest in een lichtere stijl (jazzakkoorden, vlot lopende percussie). Post-Bartokiaans expressionisme en contrapunt zijn de neerslag van zijn opleiding bij Willem Kersters, bij wie hij later les volgde. Toch groeide De Maeyer na Kersters, die hem tevens in contact met de seriële techniek, weg van het seriële. Zo heeft deze componist affiniteit met de mystiek van Arvo Pärt en hield hij zich – los van Pärt – bezig met de studie van middeleeuwse en etnische muziek. Vooraleer over te gaan tot een uiteenzetting over De Maeyers compositiestijl, kan zijn globale visie omtrent muziek verhelderend werken. Jan De Maeyer noemt zichzelf een “klassiek” type van mens waarmee hij doelt op een evenwicht tussen ratio en emotie, tussen het fysieke en het psychische. Spanning en rust moeten elkaar recht houden. Zijn hele oeuvre is ervan doordrongen: er is een constante wisselwerking tussen beide uitersten, zelfs abstractie gemaakt van de evolutie die zijn compositiestijl ongetwijfeld maakte. Dit heeft niet enkel te maken met zijn levensvisie of persoonlijke overtuiging, maar ook met de rol die het publiek en de uitvoerder toegewezen krijgen. Een muziekstuk moet altijd uitvoerbaar blijven, waarmee hij misschien een lichte kritiek spuit op de moeilijkheidsgraad van sommige hedendaagse werken. Tevens heeft dit te maken met het interactieve spel tussen de muziek en het publiek. Muziek moet zo geschreven zijn dat ze toegankelijk blijft voor het publiek en uitvoerbaar door de muzikant. De Maeyer wil zich dan ook de diverse gebieden van het muziekleven eigen maken. In zijn “totaliteitsvisie” wil hij zich niet alleen componist voelen maar daarnaast ook muzikant, dirigent en luisteraar. Door al deze verschillende facetten doorlopen te hebben, is hij zich bewust van de fysieke grenzen van uitvoerders en de psychologische limiet van het publiek, met als gevolg dat zijn componeren resulteert in een afwisseling van spanning en rust. Concreet betekent deze spanning het integreren van avant-gardistische elementen in zijn composities. Toch schermt hij zich af van het uitvoeren en dirigeren van werk van andere componisten omdat dat de authenticiteit van zijn eigen componeren zou schaden. Een mooie verwijzing naar Freud ondersteunt zij hele theorie namelijk dat het verschil tussen mannen en vrouwen is dat mannen op een andere manier “kinderen” ter wereld brengen. Composities worden op die manier als eigen kinderen. Tot slot heeft zijn studie van klassieke filologie een zeer grote invloed op zijn oeuvre. Hij zette veel poëzie op muziek, zowel hedendaagse als humanistische, zoals de teksten van Janus Secundus, die De Maeyer zelf beschouwt als zijn opus magnum.

Zijn eerste werk voor hobo en piano, Sonatina, geschreven in 1979, is een voorzichtig atonale compositie met incidentele avant-garde technieken voor de hobo. Het eerste deel, in sonatevorm, heeft een sterk cerebrale atonaliteit als grondslag en het tweede deel is een elegische meditatie in driedelige liedvorm met enkele rubatopassages. Het laatste deel vertoont een sterke Bartok-invloed door de klassieke frasenopbouw enerzijds en het gebruik van asymmetrische maatsoorten en vrije atonaliteit anderzijds. La Consolazione, bekroond met de Peter Benoit Prijs, is dan weer sterk contrapuntisch georiënteerd. Zij wil hulde brengen aan Boethius, een latijns schrijver en filosoof, door wiens toedoen wij een goed beeld hebben van het muzikale erfgoed uit de oudheid. La gioia voor houtblazerstrio is een doorgecomponeerd werk waarvan de harmonisatie vrij-atonaal is, de contrapuntiek beperkt tot enkele imitatieve passages en het ritme en de metriek getuigen van jazzbeïnvloeding. Ook volksmuziek trekt Jan De Maeyer aan en een voorbeeld daarvan zijn zijn 3 Emigrantenliederen. Het zijn volksliedbewerkingen voor vierstemmig gemengd koor. Na de theoretisch gefundeerde eerste werken is de Sonata per violoncello e pianoforte, één van de vroegste esthetiserende composities. Er wordt met andere woorden een poging gedaan om “mooie” samenklanken te scheppen met moderne middelen. In 1983 verklankte hij met Met een klank van hobo op een vrij-atonale wijze enkele gedichten van Herman De Coninck. In datzelfde jaar schreef hij Vijf voor acht, waarvan elk van de vijf delen een titel draagt die eindigt op acht, voorafgegaan door één of twee medeklinkers. Via de titel wordt de inhoud van elk deel geduid. De middelen die hiervoor aangewend worden, zijn enerzijds klassiek, zoals bijvoorbeeld de bezetting en traditionele compositietechnieken en anderzijds modern, ondermeer in het gebruik van althobo en musette, nieuwe technieken als frullato, een ratelende klank, dubbeltonen en glissandi en de aleatorische compositietechniek. Voor het Festival Van Vlaanderen Mechelen schreef Jan De Maeyer in 1996 Maclinia voor harmonieorkest. Het is een programmatisch werk. Aanvankelijk bevindt men zich in een “mist” van klanken en wanneer die optrekt, kan men de St-Romboutstoren “horen” oprijzen (de melodie klimt tot in de hoogste regionen van het harmonieorkest, namelijk de ijle klanken van de piccolo). Terug op de begane grond maakt men kennis met het Mechelse amusementsleven op het metrum en ritme van de “beguine”, een Latijns-Amerikaanse dans. Daarna krijgt men een pavane te horen, meer bepaald het beroemde Belle qui tient ma vie van Thoinot Arbeau, maar dan wel met postmoderne retouches. Ze eindigt met een kort citaat uit Het oude kasteel, een deel van Moussorgsky’s Beelden uit een tentoonstelling. Daarna marcheert men naar de Brusselse poort. De mars wordt steeds imposanter en explodeert als het ware in een epiloog, waarin men Alle Menschen werden Brüder uit Beethovens negende kan herkennen. In 2002 werd zijn Opus Magnum, althans de Basia II tot XI, uitgevoerd. De tekst van Janus Secundus, een groot neo-latijns dichter uit de Nederlanden, heeft Jan De Maeyer op muziek gezet voor vierstemmig gemengd koor, instrumentale solisten, kamerorkest en slagwerk. Het gaat om liefdespoëzie.

SELECTIEVE WERKLIJST
- Kamermuziek: Sonatina voor hobo en piano (1979); La consolazione voor koperkwintet (1980); La gioia voor houtblazerstrio (z.d.); Met een klank van hobo voor bas-bariton, hobo en piano, naar gedichten van Herman De Coninck (1983-84); Vijf voor acht voor houtblazersoktet (z.d.); What’s in a name? voor 7 slagwerkers (1987)
- Vocale muziek: Emigrantenliederen, bewerking voor vierstemmig koor van 3 volksliederen (z.d.); Canto XXXIX, oratorium voor solo, koor en groot symfonieorkest (op tekst van Erza Pound) (1984-85); Fantasia e canzone popolare voor dwarsfluit, piano, 1 danseres en kinderkoor (1996)
- Orkestmuziek: Pythagoras, symfonisch gedicht voor kamerorkest (1991); Maclinia voor harmonieorkest (1996)

DISCOGRAFIE
- DWELLING OF MUSES, met Met een klank van hobo, Conservatorium Antwerpen SBCD-1519
- COMPOSITIEKLAS WILLEM KERSTERS (2000-2001), met Vijf voor acht (Elke Meirsman, Karen Weckx, An Monsieurs, Els Vankriekelsvenne, Bart Aerbeydt, Lies Molenaar, Pieter Nuytten, Ann Snauwaert), Conservatorium Antwerpen 2000.001

[© 2002 Cathérine Raes, voor MATRIX]

werken

  • Aiuolo op. 13, 1985
    harmonieorkest en vrouwen- of kinderkoor 00:15:00
  • Basium IX op. 53/a, 2001
    Mezzosopraan, Bariton, gem. koor, dwarsfluit, klar., cello, slagw. (2), en piano 00:07:00
  • Basium quartum op. 47/a, 2000
    Alt, Bas, fluit, klarinet, (slagwerk) en clavecimbel 00:04:30
  • Basium secundum op. 40/a, 1997
    gemengd koor en strijkorkest 00:16:00
  • Basium septimum op. 50, 2001
    gemengd koor, dwarsfluit, klarinet, slagwerk en kamerorkest 00:04:00
  • Basium sextum op. 49, 2001
    Mezzosopraan, Bariton, dwarsfluit, klar., cello, slagwerk (2) en piano 00:06:00
  • Basium tertium op. 40/b, 1998
    gemengd koor en strijkorkest 00:04:10
  • Basium undecimum op. 48, 2000
    A., Bar., fluit, klar., slagwerk, clavecimbel, piano, koor en kamerorkest 00:05:00
  • Basium VIII op. 52, 2001
    Mezzosopraan, Bariton, klarinet, cello, slagwerk en clavecimbel 00:00:00
  • Basium X op. 53/b, 2001
    Mz., Bar., gem. koor, dwarsfluit, klarinet, slagwerk (2) en strijkorkest 00:04:00
  • Basium XX op. 51, 2001
    trompet, hoorn en trombone 00:12:30
  • Battute del cuore op. 4/1
    piano en slagwerkinstrument (1 uitvoerder) 00:10:30
  • Canto XXXIX op. 10, 1985
    choor en symfonisch orkest 00:50:00
  • Canzonatura op. 3/1, 1982
    2 blaasorkesten en slagwerk 00:09:00
  • Concertino op. 30/a, 1994
    klarinet en strijkers 00:13:00
  • Concerto grosso op. 5, 1981
    kamerorkest 00:15:00
  • Die Geburt der Saxodie op. 42, 1996
    4 saxofoons 00:12:30
  • Divertimento op. 14, 1985
    3 fluiten 00:13:00
  • Fantasia op een middeleeuws thema op. 31, 1995
    piano vierhandig 00:11:00
  • Fidessa-Suita op. 19/b
    kamerorkest 00:12:30
  • Frygische etude, 1996
    gitaar 00:03:00
  • Fughetta "Raphaelis ad maioris gloriam" op. 39/1, 1997
    orgel 00:00:00
  • In sette Cieli op. 26, 1992
    fagot en 3 fagotgroepen 00:11:00
  • In sette Cieli op. 26, 1992
    fagot en piano 00:11:00
  • Incantazione per Empedocle op. 25, 1991
    hobo 00:06:00
  • Kroton op. 27, 1992
    blaasinstrumenten en piano 00:06:30
  • La consolazione op. 2/2, 1980
    2 trompetten, hoorn, trombone en tuba 00:10:30
  • La Gioia op. 2/3, 1979
    hobo, klarinet en fagot 00:07:00
  • Lesbos op. 29, 1992
    altviool, hobo en piano 00:09:30
  • Occhi Tesi op. 20/3, 1989
    viool en cello 00:17:30
  • Ottoniana op. 19/2
    koperblazerstrio ad libitum 00:12:00
  • Poema sinfonico "Het glorierijke licht" op. 6, 1982
    orkest 00:11:00
  • Primum basium op. 35, 1996
    Bas, dwarsfluit, klarinet in si b en clavecimbel 00:12:30
  • Pythagoras op. 24, 1991
    kamerorkest 00:20:30
  • Quartetto detto "Fidessa" op. 20/1, 1989
    2 violen, alt en cello 00:18:00
  • Quintetto op. 30/b, 1994
    fluit, hobo, klarinet, hoorn en fagot 00:13:00
  • Rapsodische metamorfosen op. 36, 1996
    viool, cello en piano 00:13:30
  • Regalo para dos queridos alumnos op. 41
    blokfluit en gitaar 00:10:30
  • Ritratto di sette dei romani op. 7/1, 1982
    piano 00:12:00
  • Saxofonia op. 22, 1990
    4 s. (1 ook sopranino), 3 a., 4 t., 4 b. min. 00:17:00
  • Serenata op. 15, 1985
    kamerorkest 00:16:30
  • Sonata op. 4/2, 1982
    cello en piano 00:16:30
  • Sonata piccola op. 16/3, 1986
    altsaxofoon (Es) of klarinet (Bes) en piano 00:08:30
  • Sonata piccola op. 16/3, 1986
    altsaxofoon (Es) en piano 00:08:30
  • Sonata piccola op. 16/3, 1986
    klarinet (Bes) en piano 00:08:30
  • Sonata rapsodica op. 20/2, 1989
    viool en piano 00:21:00
  • Sonatina op. 1, 1979
    hobo en piano 00:09:00
  • Suita op. 16/2, 1986
    trombone, hoorn of saxhorn en piano 00:09:30
  • Suita op. 16/2, 1986
    trombone en piano 00:09:30
  • Suita op. 16/2, 1986
    hoorn en piano 00:09:30
  • Suita op. 16/2, 1986
    saxhorn en piano 00:09:30
  • Tricromia arcangelica op. 23, 1992
    hobo, klarinet en fagot en symfonieorkest 00:23:30
  • Uit "De tuin van Eros" op. 3/2, 1981
    gemengd koor a cappella 00:12:00
  • Vijf voor acht op. 9, 1983
    2 hobo, 2 klarinet, 2 hoorn, 2 fagot 00:10:30
  • Vijf voor acht op. 9, 1983
    3 klarinetten, 1 basklar., 1 sopraansax, 1altsax, 1 tenorsax, 1 baritonsax 00:10:30
  • What's in a name? op. 17, 1987
    7 slagwerkers 00:18:00
Bladzijdes :
1 2 3 4 5 6