CeBeDeM

CeBeDeM

index
van de aangesloten componisten

MEESTER, Louis De

Op 18 oktober 1904 werd Louis August Edmond Hendrik DE MEESTER geboren in een Franstalig liberaal gezind gezin in Roeselare. Van jongsaf aan leerde hij viool en piano spelen en noten lezen, hoewel hij nooit een traditionele opleiding heeft gehad.
Vanaf 1923 ging de componist de kost verdienen door in cafés te spelen. Ook speelde hij muziek bij de stomme film en zorgde hij voor de opluistering van bals en feestjes wat zijn latere voorkeur voor functionele muziek, film- toneel- en balletmuziek zou kunnen verklaren.
In 1927 ging hij om diezelfde redenen naar Frankrijk en twee jaar later naar Marokko. Daar zou hij een contract aangeboden krijgen in het "Café de la paix" waar hij jazzmuziek speelde. Hij deed ook administratief werk in een muziekschooltje in Meknès, waar hem een baan werd aangeboden als muziekleerkracht. De Meester had nooit een muziekopleiding gekregen maar leerde zichzelf in zes weken notenleer. Na twee weken les te hebben gegeven werd hij er ook directeur. In deze positie ontmoette hij onder meer de componisten Sergei Prokofiev, Maurice Ravel en Francis Poulenc. In dezelfde periode schreef hij zich in bij SABAM dat toen nog Navea (Nationale Vereniging voor Auteursrecht) heette.
In 1937 kwam hij naar België terug om zich te vervolmaken als componist. Hij volgde les in contrapunt bij Jean Absil, de enige vorm van muzikale opleiding die hij ooit genoot.
Via een toegangsexamen kwam De Meester op het einde van de Tweede Wereldoorlog werken bij de NIR als muziekregisseur. Hij heeft er de Groupe des Six - Darius Milhaud, Francis Poulenc, Georges Auric, Louis Durey, Germaine Tailleferre en Arthur Honnegger - en Igor Stravinsky ontmoet. Toch hadden deze componisten geen echte invloed op hem. In het NIR, dat zijn naam na de oorlog in BRT veranderde, experimenteerde Louis De Meester, die ondertussen zijn pseudoniem Louis Master van zich had afgezet, met David Van de Woestijne in de BRT-studio's met elektro-akoestische middelen.
Zijn eerste grote prijs won De Meester in 1954 met Le soleil se lève sur un monde, namelijk de Italiaprijs voor documentaire. Drie jaar later sleepte hij de Italiaprijs weer in de wacht in de categorie radio met zijn radio-opera De Grote Verzoeking van Sint-Antonius, waarbij electro-akoestische middelen worden gebruikt.
In 1961 werd De Meester aangezocht om de artistieke leiding van het I.P.E.M. op zich te nemen. Een jaar later had dan de officiële opening plaats van dit Instituut voor Psycho-akoestische Muziek.
In 1963 richtte hij mee de componistengroep SPECTRA op. Met de opera Twee is te weinig, drie is te veel won De Meester in het kader van de Italiaprijs de Siciliëprijs.
Vanaf 1969 ging De Meester officieel met pensioen, maar bleef hij actief op het I.P.E.M.
In 1970 en 1973 viel hem tweemaal de Visser-Neerlandiaprijs te beurt, respectievelijk met Marine en Concertino.
In 1979 won hij de Vijfjaarlijkse staatsprijs voor compositie en in het jaar daarna werd hij doctor honoris causa aan de RUG.
De laatste activiteiten van De Meester beslaan de periode 1984-1987, waarin hij bewerkingen maakte voor de Nieuwe Muziekgroep, een ensemble onder leiding van Mark De Smet, een oudleerling van de componist. Louis De Meester overleed op 12 december 1987.

WERKBESPREKING
Voor Louis De Meester is de relatie met het publiek altijd van groot belang geweest. Deze "brugfunctie" tussen componist en publiek is de reden waarom hij nooit heeft gekozen voor de volledige overname van een techniek of stijl. Zo schreef De Meester wel degelijk atonale twaalftoonsmuziek, maar de weg van de dodecafonie of het serialisme is hij nooit helemaal ingeslagen. Naast stukken in een vrije atonale stijl met tonale invloeden componeerde hij in een stijl met twaalftoonsorganisatie zoals in Nocturne I uit 1946. Toch worden niet alle mogelijkheden van de reeksbehandeling benut. De Meester maakt geen gebruik van transposities en de reeks verschijnt alleen in origineel of inversie. Wél worden in de Variations voor twee piano's uit 1947 binnen de reeks de hexachorden cyclisch geroteerd.

In de zin dat De Meester nooit dodecafonie stricto sensu heeft geschreven, was hij nooit conform aan de internationale avant-gardemuziek, wat hem er natuurlijk ook van isoleerde. Een ander nadeel van het functioneel compromis tussen entertainment en artistieke muziek is het vooropstellen van het evenement in onder andere toneel- en balletmuziek, waardoor de muziek soms op de tweede plaats komt te staan. Het overigens grote aandeel van De Meesters functionele werken heeft hem echter wél succes gebracht (onder meer Betje Trompet in de knoop (1950) en Betje Trompet en de Reus (1965)). Deze muzikale sprookjes werden gecomponeerd in opdracht van de Dienst voor de Jeugd van de BRT op een libretto van René Metzemaekers en werden met het toenmalig Omroeporkest van de BRT gecreëerd. In deze werken worden verschillende vormen en stijlen door elkaar gebruikt zoals canon, fuga, motivische arbeid, dodecafonische aanzetten, jazzinvloeden en dergelijke. Dit recombineren op een persoonlijke manier zonder door één meester of stijl beïnvloed te worden is karakteristiek voor De Meesters muziek. Ook in zijn elektronische muziek is dit terug te vinden, onder andere in zijn combinatie van sfeeroproepende klankeffecten, van kabbelende beekjes tot uit de pas geraakte fanfares en motoren.

De esthetiek van deze componist is naast het functionele aspect vooral vanuit het entertainment ontstaan. Het lijkt misschien vreemd dat een componist vanuit die sector één van de pioniers wordt van nieuwe muziek. Juist omdat hij niet klassiek geschoold was kon hij de traditie van op een grotere afstand overzien. Het spelen van jazzmuziek - vooral in Marokko - heeft hem er anderzijds toe aangezet om te experimenteren en te improviseren. In dat opzicht heeft hij baanbrekend werk verricht voor de opbouw van Belgische elektronische muziek. De Meesters baan bij het NIR was immers niet alleen belangrijk voor zijn dodecafonische oriëntatie; ook raakte hij er vertrouwd met magnetofoons die hij gebruikte voor meer dan alleen maar klankregistratie. Onder invloed van de Musique Concrète begon De Meester als één van de eersten in België vanaf '52 bandjes te manipuleren. Zo kwam hij tot een aantal nieuwe klankeffecten. Ook ontwikkelde hij nieuwe klankkleuren die dan naast de bestaande timbres konden worden geplaatst. De Grote Verzoeking van Sint-Antonius uit 1957 is een werk waarin naast vocale en instrumentale ook gemanipuleerde klanken aan bod komen. Deze radio-opera handelt over Sint-Antonius die in de duinen door zingende zeemeerminnen en duivels wordt belaagd. Voor de weergave van de werkelijkheid in zijn composities gebruikt De Meester de timbres van akoestische instrumenten. Om een droomwereld op te roepen, al dan niet met exotisch accent (cf. later ook Incantations (1958) en Nocturne Malgache (1965)), worden electro-akoestische middelen aangewend. Deze verwijzing naar het exotische heeft zijn wortels in De Meesters verblijf in Meknès. Een vroeg voorbeeld hiervan is Magreb (1946), een studie van de Marokkaanse folkloremuziek, hoewel niets wordt geciteerd en Westerse instrumenten worden gebruikt.

Ook in zijn electro-akoestische muziek verliest de componist het publiek niet uit het oog. In zijn deformatie van opgenomen klanken -naar voorbeeld van de Musique Concrète - parodieert en parafraseert hij, maar wel zodanig dat geparafraseerde bekende geluiden vaak herkenbaar blijven. In het stuk Ringvariaties (1962) worden pianoklanken gemoduleerd, maar hoort de luisteraar nog steeds dat oorspronkelijk pianoklanken werden gebruikt. Dus ook volledige magnetofoonstukken bestaan uit opgenomen instrumentaal of vocaal werk dat wordt vervormd.

Naast vervorming maakt De Meester gebruik van recombinatietechnieken; hij verzamelt muziekfragmenten en gebruikt ze als compositiemateriaal. Ook hier is dus het spelelement aanwezig. Zelfs bij vocale werken is niet de inhoud, maar wel het spelen met klanken van belang; de sonoriteit van de taal staat centraal.

SELECTIEVE WERKLIJST
- Orkest: Magreb (1946), Capriccio (1948), Sinfonietta buffa (1949), Betje Trompet (met recitant, 1950), Gitanerias (1951), Pianoconcerto nr.1 (1952), Musica per archi (1955), Marine (1958), Betje Trompet en de Reus (met recitant, 1965)
- Opera: De grote Verzoeking van Sint-Antonius (1957), Paradijsvogels (1967), Twee is te weinig, drie is te veel (1966)
- Kamermuziek: Mère (1940), Cellosonate (1946), Divertimento voor blazerskwintet (1946), drie strijkkwartetten (1947, 1954, 1959)
- Electronische muziek: Incantations (1958), Ringvariaties voor klavier (1963), Nocturne Malgache (1965), Spielerei voor fluit, cello en twee banden (1969)
- Film- en toneelmuziek: muziek voor De Slag bij Carmac (1960), De tijd der Waanzin (1971), Home (1972), De Gedaanteverwisseling (1972) en De Pacificatie van Gent (1976)

BIBLIOGRAFIE
- Louis De Meester, uig. dr. DE NIEUWE MUZIEKGROEP VZW (o.m. M. DE SMET), Gent, 1988.
- R. ROSSON, Louis De Meester. La Grande Tentation de Saint-Antoine. De Grote Verzoeking van Sint-Antonius, onuitg. licentiaatsverhandeling RUG, Gent, 1991.
-M. DELAERE, Y. KNOCKAERT en H. SABBE, Nieuwe Muziek in Vlaanderen, Brugge, 1998.

DISCOGRAFIE
De grote verzoeking van Sint-Antonius, Soli, BRTN-koor en orkest o.l.v. H. Rotman, Radio 3, R3 98006, 1998.
Buiten deze Cd is er muzikaal materiaal - deels functioneel, deels niet functioneel - op CD beschikbaar in het I.P.E.M.


[© 2001 Heleen Persoons en Pieter Van Tichelen voor MATRIX]

werken

  • Amalgames, 1956
    orkest 00:18:00
  • Betje Trompet, 1950
    Recitant en orkest 00:20:00
  • Betje Trompet en de reus, 1965
    orkest 00:25:00
  • Betje Trompet en de reus, 1985
    10 instrumenten en Recitant 00:20:00
  • Betje Trompet in de knoop, 1986
    Recitant en 10 instrumentisten 00:25:00
  • Capriccio, 1948
    orkest 00:23:00
  • Concertino, 1965
    dubbel strijkorkest 00:15:05
  • Concerto nr.1, 1952
    piano en orkest 00:20:30
  • Concerto nr.1, 1952
    2 piano's 00:20:00
  • Concerto nr.2, 1956
    piano en orkest 00:19:00
  • Concerto nr.2, 1956
    2 piano's 00:19:00
  • Divertimento, 1946
    fluit, hobo, klarinet, hoorn en fagot 00:16:00
  • Divertimento a quattro, 1970
    viool, altviool, cello en piano 00:12:00
  • Drie interludes, 1975
    fluit en orgel 00:08:00
  • Drie liederen - Trois chansons, 1966
    middenstem en piano 00:09:00
  • Gitanerias, 1945
    orkest 00:05:30
  • Je vous salue, Marie, 1938
    Sopraan en piano 00:04:00
  • La voix du silence, 1954
    Recitant, Bariton, vrouwenkoor, fluit, hobo, strijkers en band 00:30:00
  • Magreb, 1946
    altviool en orkest 00:12:00
  • Magreb, 1946
    altviool en 21 instrumenten 00:12:00
  • Mariken van Nieumeghen, 1975
    toneelmuziek 02:00:00
  • Marine, 1958
    orkest 00:09:00
  • Mère, 1940
    Recitant, Mezzosopraan, Tenor en strijkorkest 00:16:00
  • Mimes, 1958
    piano 00:09:00
  • Musica per archi, 1955
    strijkorkest 00:18:00
  • Petites variations, 1954
    piano 00:08:00
  • Poèmes de gosses, 1945
    lichte Sopraan en piano 00:11:00
  • Poèmes de gosses, 1945
    Sopraan en orkest 00:11:00
  • Point final, 1979
    cello en piano 00:01:00
  • Postludium, 1959
    3 trompetten, 3 trombones en orgel 00:03:00
  • Sérénade, 1959
    clavecimbel en strijkers 00:13:00
  • Scherzettino, 1971
    fluit, hobo en strijkers 00:02:00
  • Sonate, 1946
    piano 00:13:00
  • Sonate, 1954
    gitaar 00:13:00
  • Sonate, 1957
    viool en piano 00:15:00
  • Sonatine, 1945
    cello en piano 00:13:00
  • Sonatine, 1964
    piano 00:12:00
  • Spielerei, 1969
    fluit, cello en 2 magnetofoonbanden 00:08:00
  • Sprookjesmuziek, 1948
    orkest 00:20:00
  • Strijkkwartet nr.1, 1947
    2 violen, alt en cello 00:16:00
  • Strijkkwartet nr.2, 1949
    2 violen, alt en cello 00:18:00
  • Strijkkwartet nr.3, 1954
    2 violen, alt en cello 00:18:30
  • Tafelmuziek, 1953
    fluit, hobo, viool, altviool en cello 00:14:00
  • Tafelmuziek, 1953
    fluit, hobo, viool, altviool en cello 00:14:00
  • Toccata, 1955
    piano 00:01:50
  • Trio à cordes, 1951
    viool, altviool, cello 00:14:00
  • Trois nocturnes, 1947
    piano 00:10:00
  • Trois poèmes, 1954
    middenstem en piano 00:10:00
  • Twee liederen, 1950
    middenstem en piano 00:10:00
  • Variations, 1947
    2 piano's 00:15:00
  • Vocalise, 1976
    hoge stem en piano 00:05:00
  • Vocalise, 1976
    middenstem en piano 00:05:00
  • Vocalise, 1976
    lage stem en piano 00:05:00
  • Warai, 1967
    strijkers 00:13:00
  • Xenos, 1978
    opera 00:30:00
Bladzijdes :
1 2 3 4 5 6