CeBeDeM

CeBeDeM

index
van de aangesloten componisten

HOVE, Luc Van

Luc VAN HOVE (Wilrijk, 3-2-1957) studeerde aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium in Antwerpen, waar hij eerste prijzen behaalde voor notenleer, piano, kamermuziek, muziekgeschiedenis, contrapunt, fuga en compositie, naast getuigschriften voor transpositie, muziekanalyse en vormleer. Als componist werd hij gevormd door Willem Kersters. Daarna volgde hij vervolmakingscursussen aan het Mozarteum in Salzburg en aan de University of Surrey (Guildford - UK). Hij ontving verschillende onderscheidingen, zoals de compositieprijs Albert de Vleeshouwer (1984), de prijs Annie Rutzky ter bekroning van zijn studiecarrière (1984) en de prijs Belgische Artistieke Promotie van SABAM (1990). In 1991 was hij gastcomponist van de Week voor Hedendaagse Muziek in Gent, in 1994 composer in residence van het Festival van Vlaanderen en in 1997 van I Fiamminghi in Campo. Luc Van Hove doceert compositie en analyse aan het Lemmensinstituut in Leuven en aan het Koninklijke Vlaams Conservatorium in Antwerpen.

WERKBESPREKING
Na zijn studies liet Luc Van Hove zijn "postromantische" jeugdwerken achter zich, en ging hij zich herbronnen door een intense studie van het werk van Bartók, Lutoslavsky en Ligeti. Vanaf de eerste werken die na deze herbronning ontstonden, zoals het Kwintet voor houtblazers opus 10 en de Sonatine voor piano opus 11 (beide uit 1982), zijn de wezenlijke elementen van zijn verdere compositorisch denken duidelijk aanwezig. Een voorkeur voor absolute en instrumentale muziek gaat er gepaard met een bijna hedonistische fascinatie voor de zuivere klank en een streng constructivistische geest. Daarbij zijn een modernistische oriëntatie en een diepe geworteldheid in de traditie geenszins met elkaar in tegenspraak.

De band met het verleden blijkt niet alleen uit Van Hoves duidelijke voorkeur voor de grote traditionele genres als sonate, strijkkwartet, symfonie en concerto, maar ook en vooral uit zijn vormbehandeling. Van Hove hecht inderdaad het grootste belang aan een overzichtelijke gesloten vorm en schuwt daarbij het gebruik van traditionele vormcategorieën en -patronen niet. Van het negentiende-eeuws repertoire, waarmee de componist-analyticus bijzonder goed vertrouwd is, neemt hij welbewust een retoriek over die ieder fragment van de compositie in staat stelt als het ware zijn eigen vormfunctie te definiëren: overgangen, uitbreidingen, afsluitingen en reprises zijn effectief als dusdanig herkenbaar en passen zich in in grotere vormgehelen, zoals een ABA-vorm (het eerste deel van de Sonatine) of zelfs een sonatevorm (het eerste deel van de Tweede Symfonie). Dat Van Hove precies het werk van Bartók en Lutoslavsky intens bestudeerde, twee componisten bij uitstek die zich bij het hanteren van een vooruitstrevende toonspraak geruggesteund weten door eerder traditionele vormconcepten, is daarbij niet toevallig en in sommige werken zelfs bijzonder evident: het Kwintet voor houtblazers herinnert met een kort inleidend eerste en een lang en gewichtig tweede deel aan gelijkaardige vormen bij Lutoslavsky, de brugvorm van het Strijkkwartet (langzaam - snel - snel - langzaam) aan Bartók.

Met Bartók deelt Van Hove ook een doorgedreven organische schrijfwijze: bewegingen en soms zelfs volledige werken zijn steevast opgebouwd uit de constante variatie en thematische verwerking van een beperkt aantal tonen (de "tonige collectie"). Dit geldt zowel voor het eerste deel van het vroege Kwintet voor houtblazers, waar welhaast iedere noot is terug te voeren op de harmonische, ritmische en melodische inhoud van de eerste maat, als voor de meer recente werken, zoals de Tweede Symfonie, die volledig is afgeleid uit het fortissimo-akkoord waarmee ze begint. Cyclische verbanden tussen de verschillende delen van een werk, die de formele geslotenheid moeten benadrukken, zijn in een dergelijke context geen verrassing: zowel in de Sonatine voor piano als in de Sonate voor cello en piano (1991) wordt het materiaal waarmee het stuk begint op het einde van het laatste deel ostentatief hernomen. Het is evenmin verwonderlijk, en hier blijkt ten derden male de beïnvloeding van de componist door de analyticus, dat Van Hove voor de behandeling van zijn "tonige collectie" verworvenheden van de pitch class set analysis voor de compositie bruikbaar maakt. Eigenschappen van de pc set, zoals intervalinhoud en relaties met andere tooncollecties, vormen het vertrekpunt voor de opbouw van akkoorden en motieven.

Uit Oost-Europa haalt Van Hoves muziek ook die kenmerken die haar ontegensprekelijk van deze tijd maken. Daarmee zijn niet zozeer de licht aleatorische elementen bedoeld, die hij in sommige werken uit zijn zuiver atonale periode (1982-1988) van Lutoslavsky zou hebben onthouden. Veeleer moet worden gewezen op een aantal stijlkenmerken die de invloed van Ligeti verraden, zoals het gebruik van hamerende clusters (bijvoorbeeld in de Sonatine), het belang van (poly)ritmische conflicten (zoals in het tweede deel van het Kwintet voor blazers) en de interesse voor snel evoluerende dense texturen zoals ze in veel van de orkestwerken voorkomen. Daarnaast verbindt Van Hove met Ligeti dat ook hij zich sinds 1988 de paradoxale opgave heeft gesteld het klankarsenaal van de tonale muziek opnieuw bruikbaar te maken, zonder daarbij een stap terug te moeten zetten door de verworvenheden van de atonaliteit te verloochenen. Vanaf het Septet op. 24 (1988) wordt de "tonige collectie", die onveranderd uitgangspunt van de compositie blijft, zo gekozen en behandeld dat zij ook tonale klanken kan genereren. Van een terugkeer naar de functionele tonaliteit kan evenwel geen sprake zijn: de tonale klanken worden behandeld als waren zij atonaal. Zo is de lang aangehouden sol bij het begin van het derde deel (rapsodie) van het Septet - anders dan aanvankelijk wordt gesuggereerd - geen grondtoon van een eerstegraadsakkoord in sol-groot, maar het vertrekpunt van een opbouw, waarin een geleidelijke saturatie van de chromatische ruimte wordt gecombineerd met een groot crescendo. Dit leidt naar een nieuwe sectie, waar de betrokkenheid op sol is uitgeschakeld. In de Eerste Symfonie op. 25 (1989) is het omgekeerde proces op te merken: een veeltonig atonaal akkoord wordt er in de loop van de compositie systematisch uitgedund, tot uiteindelijk een drieklank overblijft. Nog duidelijker is de integratie van tonale elementen in de atonaliteit in het Nonet op. 31 (1994), dat is gebaseerd op het thema van Chopins Mazurka op. 68 nr. 2. Dit thema is evenwel nauwelijks als dusdanig in de compositie aanwezig: het is geobjectiveerd tot een zeventonige collectie, waaruit zowel tonale als atonale klanken worden gewonnen. In de latere werken van Van Hove wordt echter niet alleen tonaal materiaal op een atonale wijze gebruikt. Ook het omgekeerde is het geval: onder de vorm van kwintverbindingen kan een functionele tonaliteit als het ware van op de achtergrond het in wezen atonale klankgebeuren organiseren.

In 2004 stelde Luc Van Hove zijn Diabelli Veränderung voor orkest (2003) voor, na de Haydn Veränderung een tweede werk waarin hij een componist uit het (tonale) verleden als inspiratiebron neemt. Niet zozeer Diabelli is in deze compositie het grote voorbeeld, maar wel Ludwig van Beethoven, die 33 variaties op een eenvoudig thema van Diabelli componeerde. In het begin van de compositie poneert Van Hove het letterlijke thema in een traditionele, klassieke orkestratie. Na deze voorstelling van het Diabeli-thema, dat doorheen de hele compositie prominent aanwezig blijft, komt het eerste deel van de compositie: Ouverture – Moderato, een vloeiende beweging die veraf staat van Beethovens eerste, statische variatie. In het tweede deel, Notturno (Andante tranquilo), creëert Van Hove een bijna romantisch, tonaal getint klankbeeld. Aangezien het basisthema vrijwel uitsluitend bestaat uit sequensen en dominant-tonica-spanningen hoeft deze tonale sfeer hier niet te verwonderen. In de Finale (Vivace) gaat Van Hove eerder aan de slag met motieven uit het thema die hij vaak op triviale wijze verwerkt, wat de compositie echter niet minder geïnspireerd maakt. Zo komt er een vioolsolo die bijna uitsluitend gebaseerd is op het openingsmotief van het thema. In deze compositie blijkt duidelijk dat Luc Van Hove niet terugdeinst voor tonale elementen, zowel in het melodisch-harmonisch verloop als in de vormgeving als driedelige compositie (moderato – andante – vivace), een tendens die ook al in zijn eerste symfonie en zijn hoboconcerto aanwezig was. De confrontatie of combinatie van tonaliteit en atonaliteit blijft dus een constante in het (orkestrale) werk van Luc Van Hove.

SELECTIEVE WERKLIJST
- Vocaal: Drie liederen op. 12 voor sopraan en klarinettenkwartet (1983); Trois Poèmes de Paul Verlaine op. 14 voor sopraan, koor en kamerorkest (1984); Four Sacred Songs op. 42 voor gemengd koor (2003)
- Orkest: Largo per orchestra op. 13 (1984); Scherzo op. 16 (1985); Carnaval op het strand op. 17 (1985); Eerste Symfonie op. 25 (1989); Stacked Time. Concerto voor elektrische gitaar op. 26 (1990); Triptiek. Concerto voor hobo op. 29 (1993); Concerto voor piano op. 32 (1995); Strings op. 33 (1997); Tweede Symfonie op. 34 (1997); Derde Symfonie op. 39 (2001); Diabelli Veränderung op. 43 (2004)
- Kamermuziek: Kwintet voor houtblazers op. 10 (1982); Sonatine voor piano op. 11 (1982); Dansen voor vier handen op. 23 (1988); Septet op. 24 (1988); Sonate voor cello en piano op. 27 (1991); Strijkkwartet op. 30 (1994); Nonet op. 31 (1994); Klarinetkwintet op. 37 (1999); Haydn-Veränderung op. 41 (2003)

SELECTIEVE BIBLIOGRAFIE
- M. DELAERE, Harmonie in het oeuvre van Luc Van Hove, in Ons Erfdeel, 36, 1993, p. 85-90
- Y. KNOCKAERT, De klank, niets dan de klank. Vlaamse componisten (10): Luc Van Hove, in Kunst en Cultuur, 1993-94, p. 10-11
- Y. KNOCKAERT, Luc Van Hove, in M. DELAERE, Y. KNOCKAERT en H. SABBE, Nieuwe muziek in Vlaanderen, Brugge, 1998, p. 125-127
- Y. KNOCKAERT, Symfonische eensgezindheid. De symfonie in het oeuvre van Brewaeys, Buckinx, Swerts en Van Hove, in Contra., 3, nr. 3, 2003, p. 46-49
- M. DELAERE, art. Van Hove, Luc, in S. SADIE (ed.), The New Grove Dictionary of Music and Musicians, 2de uitg., 2001, verschijnt in 2001, deel, pag.
- M. BEIRENS, De symfonicus in Luc Van Hove, in De Standaard, 26/11/2001
- R. TAMBUYSER, Diabelli Veränderung. Nieuw werk van Luc Van Hove, in Contra., 3, nr.5, 2003, p. 45-46

SELECTIEVE DISCOGRAFIE
- Luc Van Hove. Chamber Music (vol. 1), Prometheus Ensemble o.l.v. Etienne Siebens, Rene Gailly CD87 164
- Symphonic works, Vlaams Radio-Orkest o.l.v. Etienne Siebens, Megadisc MDC 7823/24


[© 2001 Steven Vande Moortele, voor MATRIX ; © 2005 Klaas Coulembier, voor MATRIX (update)]

werken

  • Aria op. 28, 1992
    cello 00:08:00
  • Carnaval op het strand op. 17, 1985
    orkest 00:15:00
  • Chamber Symphony op. 49, 2012
    orkest 00:25:00
  • Dansen voor vier handen op. 23, 1988
    2 piano's 00:07:00
  • Diabelli Veränderung op. 43, 2004
    kamerorkest 00:16:00
  • Divertimento op. 5, 1980
    slagwerkorkest (8 uitvoerders) 00:12:00
  • Drie liederen op. 12, 1983
    Sopraan en klarinettenkwartet 00:12:00
  • Elise's Dance op. 21, 1988
    orkest 00:20:00
  • Five inventions op. 20, 1987
    piano 00:10:00
  • Five inventions op. 20, 1987
    piano 00:10:00
  • Four sacred songs op. 42, 2003
    gemengd koor a cappella 00:12:00
  • Haydn-Veränderung op. 41, 2003
    2 violen, alt en cello 00:07:00
  • Kammerkonzert op. 36, 1998
    cello en kamerorkest 00:23:00
  • Klarinetkwintet op. 37, 1999
    klarinet en strijkkwartet 00:19:00
  • Kwintet op. 1/2, 1977
    klarinet en strijkkwartet 00:15:00
  • Kwintet voor blazers op. 10, 1982
    fluit (ook piccolo), hobo, klarinet, hoorn en fagot 00:13:00
  • La Sfida (Ouverture) op. 47, 2010
    orkest 00:16:00
  • La Strada op. 45, 2007
    Soli, koor en orkest 01:50:00
  • Largo per orchestra op. 13, 1984
    orkest 00:15:00
  • Le vieux port de Marseille op. 35
    klarinet en piano 00:11:15
  • Modo perpetuo op. 38, 2000
    cello 00:09:00
  • Nacht - Stilte op. 7, 1981
    gemengd koor a cappella 00:05:00
  • Nonet op. 31, 1994
    fluit, hobo, klarinet, fagot, hoorn, viool, altviool, cello, piano 00:13:00
  • Octet op. 46, 2009
    2 hobos, 2 klarinetten, 2 hoorns en 2 fagotten 00:23:00
  • Orkestwerk (Symfonie nr.1) op. 25, 1990
    orkest 00:17:00
  • Piano concerto op. 32, 1995
    piano en orkest 00:18:00
  • Piano concerto op. 32, 1995
    2 piano's 00:18:00
  • Piano concerto II op. 48, 2010
    piano en orkest 00:30:00
  • Piano quartet op. 40, 2002
    viool, altviool, cello en piano 00:12:00
  • Prelude en toccata op. 6, 1981
    slagwerk en piano (1 uitvoerder) 00:10:00
  • Psalm 22 (2-22) op. 44, 2005
    gemengd koor a cappella 00:00:00
  • Scherzo op. 16, 1985
    orkest 00:08:00
  • Septet op. 24, 1988
    fluit, klarinet, trompet, viool, alto, cello en piano 00:13:00
  • Sonata op. 27, 1991
    cello en piano 00:19:15
  • Sonatine op. 11, 1982
    piano 00:07:00
  • Stacked Time op. 26, 1990
    electrische gitaar en orkest 00:15:00
  • Strijkkwartet op. 30, 1994
    2 violen, alt en cello 00:18:00
  • Strings op. 33, 1997
    strijkorkest 00:22:00
  • Symphony III op. 39, 2001
    orkest 00:30:00
  • Symphony n°2 op. 34, 1997
    orkest 00:30:00
  • Tema con variazioni op. 9, 1981
    kamerorkest 00:15:00
  • Three Guildford dances op. 19, 1987
    fluit, hobo, klarinet, fagot en 2 piano's 00:12:00
  • Trio op. 1/1, 1976
    hobo, klarinet en fagot 00:10:00
  • Triptiek op. 29, 1993
    hobo en orkest 00:18:00
  • Triptiek op. 29, 1993
    hobo en piano 00:18:00
  • Triptiek II op. 50, 2013
    viool en piano 00:00:00
  • Trois poèmes de Paul Verlaine op. 14, 1984
    S., gemengd koor en kamerorkest 00:15:00
  • Twee liederen op. 8, 1981
    Bariton en piano 00:06:00
  • Two pieces op. 22, 1988
    3 trompetten 00:03:00
  • Vijf preludiën op. 2, 1978
    piano 00:08:00
Bladzijdes :
1 2 3 4 5