CeBeDeM

CeBeDeM

index
van de aangesloten componisten

GOEYVAERTS, Karel

Karel GOEYVAERTS werd geboren op 8 juni 1923 te Antwerpen, en overleed er op 3 februari 1993. Van 1943 tot 1947 studeerde hij piano, harmonie, contrapunt, fuga, compositie en muziekgeschiedenis aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium van Antwerpen. Daarna studeerde hij tot 1950 aan het "Conservatoire National" te Parijs, waar hij compositie volgde bij Darius Milhaud en analyse bij Olivier Messiaen, en waar hij zich bekwaamde in het bespelen van de "Ondes Martenot" bij de uitvinder van dit instrument, Maurice Martenot. Vooral Messiaen liet een grote indruk na op de jonge Goeyvaerts. Zo kan de in 1950-51 geschreven Sonate voor 2 piano's gezien worden als een synthese van bepaalde ideeën van Messiaen en van Weberns toepassing van de dodekafonie, waarvan Goeyvaerts minutieuze analyses leverde. Deze sonate beïnvloedde diepgaand de jonge generatie avant-gardisten in haar geheel en Karlheinz Stockhausen in het bijzonder. Getuigen daarvan zijn de vele persoonlijke en muzikale verbanden tussen beiden, de uitvoerige briefwisseling, en composities van Stockhausen die de basisidee van de Sonate haast letterlijk overnamen (o.a. Kreuzspiel). In 1953 realiseerden Goeyvaerts en Stockhausen tesamen met enkele andere componisten voor het eerst muziek die geproduceerd werd via elektronische generatoren (in de studio's van de WDR te Keulen). In 1957 trok hij zich tijdelijk uit het muziekleven terug, hoewel hij bleef componeren. In 1970 werd hij door de Belgische Radio en Televisie (BRT) aangesteld als producer bij het Instituut voor Psycho-acoustica en Elektronische Muziek (IPEM) te Gent. Na enkele jaren werd hij dan verantwoordelijke producer voor Nieuwe Muziek bij Radio 3 te Brussel. In juni 1985 werd hij verkozen tot Voorzitter van de Internationale Componisten Tribune, een prestigieuze en actieve vereniging die onder de Internationale Muziekraad van de UNESCO ressorteert. Karel Goeyvaerts was lid van de Koninklijke Akademie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België. In 1992 werd Goeyvaerts nog benoemd tot eerste titularis van de KBC-leerstoel Nieuwe Muziek van de afdeling Musicologie aan de K.U.Leuven. Tot zijn opdracht behoorde het doceren van een college voor de licentie-studenten Musicologie en het schrijven van een compositie. De compositie Alba per Alban die hij in het kader van deze leerstoel aan het schrijven was, bleef door Goeyvaerts' onverwacht overlijden op 3 februari 1993 onvoltooid.

WERK
In de analyseklas van Olivier Messiaen had Goeyvaerts in sneltempo de verwezenlijkingen van de nieuwe muziek sinds 1910 geassimileerd. Voor zijn eigen compositorische praktijk zag Goeyvaerts vooral mogelijkheden in Messiaens ritmische innovaties en in Anton Weberns structuralistische toepassing van de dodecafonie. In deze compositietechniek worden de twaalf tonen van het octaaf in een reeks geordend die dan de structurele basis (de grammatica) van een compositie gaat vormen. Webern had dit reeksprincipe nu zodanig geperfectioneerd dat zowel de muzikale inhoud als de muzikale vorm rechtstreeks uit de oorspronkelijke reeks of serie voortvloeiden. Karel Goeyvaerts zou er als eerste in de muziekgeschiedenis in slagen om dit reeksprincipe niet alleen op toonhoogte toe te passen, maar ook op ritme (toonduur), klanksterkte en articulatie. Zijn Tweede vioolconcerto (voltooid 12 januari 1951) en zijn Nummer 1. Sonate voor twee piano's (winter 1950-1951) zijn evenwel nog duidelijk overgangswerken waarin de componist absolute structurele zuiverheid ambieert, maar nog niet realiseert. In het eerste geval lopen de seriële intenties spaak op de eisen van het genre: een serieel concerto schrijven is om moeilijkheden vragen. In het tweede geval steekt de traditionele schrijfwijze van de delen 1 en 4 schril af tegen de seriële puurheid van de middendelen. In tegenstelling tot de gangbare mening kan daarom slechts het in augustus-september 1951 geschreven Nummer 2 voor dertien instrumenten als de eerste integraal seriële compositie uit de muziekgeschiedenis beschouwd worden.

Goeyvaerts zette ook als één van de eersten de stap naar de elektronische muziek, waardoor hij zowel de compositie als de "uitvoering" (via toonband) nog sterker kon disciplineren. Nummer 4 met dode tonen (december 1952) brengt deze primeur: het is de eerste partituur bestemd voor zuiver elektronische realisatie. Ook de ondertitel van Nummer 5 ("met zuivere tonen") spreekt boekdelen: de abstracte klankenstructuur ademt zowel technisch als esthetisch een volmaakte puurheid uit.

Vanaf de jaren '60 zou Goeyvaerts niet meer in dezelfde mate aan de basis liggen van de ingrijpende veranderingen in de nieuwe muziek, maar hij zou die veranderingen wel op de voet blijven volgen. Goeyvaerts' experimentele, aleatorische, repetitieve en neo-tonale werken uit de jaren 1960-1993 kunnen dan ook begrepen worden als pogingen om de internationale ontwikkelingen in de nieuwe muziek op hun bruikbaarheid voor de persoonlijke compositorische intenties te onderzoeken. Ondanks de meest diverse stilistische en compositietechnische verschijningsvormen blijken deze werken inderdaad merkwaardig homogeen te zijn. Een goed voorbeeld is in dat opzicht het Stuk voor piano en tape uit 1964. In dit werk worden alle mogelijke relaties tussen een starre toonband en een live uit te voeren pianopartij systematisch onderzocht. De gelijkmatige spreiding van deze mogelijkheden rond een centrale as herinnert aan de seriële procedures in Goeyvaerts' werken uit de jaren '50. Ook de repetitieve muziek ontsnapte niet aan Goeyvaerts' aandacht. De vijf Litanieën die hij tussen 1979 en 1982 in deze techniek schreef vormen ongetwijfeld het hoogtepunt van deze werkgroep. De versobering en reductie van de middelen die eigen zijn aan deze "minimal music" zette zich bij Goeyvaerts ook op esthetisch vlak door. Zo recupereerde hij bijvoorbeeld vanaf de jaren '80 de expressieve intenties en tonale technieken die kenmerkend zijn voor de neo-romantiek.
In zijn opus ultimum, de grootschalige opera Aquarius (1983-93), vloeit dit allemaal samen. De vocale bezetting telt acht sopranen en acht baritons die slechts collectief worden ingezet, er is een orkest, er is een vage apocalyptisch-astrologische thematiek (de groei naar een meer harmonische maatschappijvorm) maar voor de rest zijn er geen personages, geen echt libretto, geen semantisch-verstaanbare tekst. Slechts via een omweg komen we Goeyvaerts' visie op de enscènering van Aquarius te weten: uit zijn briefwisseling met een beeldend kunstenaar blijkt dat de componist een niet-symbolische en geometrisch-abstracte visualisering voor ogen stond. Hieruit kunnen twee conclusies getrokken worden: Goeyvaerts is ondanks de vele stijlbreuken en schijnbaar restauratieve bewegingen tot op het einde van zijn leven een vernieuwend kunstenaar gebleven, en de hang naar abstractie heeft Goeyvaerts sinds de streng-seriële muziek uit de jaren '50 nooit losgelaten. Ook op muzikaal vlak is dit te merken. Goeyvaerts' specifieke toepassing van de neo-tonaliteit, een techniek die in principe diametraal tegenover het serialisme staat, is bijvoorbeeld ondenkbaar zonder de seriële loutering van de jaren '50. Het strijkkwartet De Zeven Zegels (1986), dat tegelijkertijd de basismuziek levert voor de finale van de opera, vormt hiervan een sprekend bewijs. Er zijn weliswaar zeven tooncentra die door een grote drieklank gestabiliseerd worden, maar voor de rest wordt het toonhoogtemateriaal distributief behandeld. Dit betekent dat de tonen uitwisselbaar in horizontale combinatie (als opeenvolging) en in verticale combinatie (als samenklank) kunnen benut worden. Deze bij uitstek seriële procedure staat mijlenver af van de tonale praktijk. Verder vallen micro- en macrostructuur samen in De Zeven Zegels: de vorm is uniek en vloeit voort uit keuze en samenstelling van het toonmateriaal. Cirkelstructuur, symmetrische opbouw rond een centrale as en getalsymboliek zorgen er tenslotte voor dat ook dit werk -als pars pro toto- het 'zijn van de tijd' verbeeldt, een compositorische fetisj die Goeyvaerts sinds de vroege jaren '50 obsedeert. Bij nader toezien blijken de opeenvolgende stilistische zwenkingen dus slechts oppervlakkige gedaanteverwisselingen te zijn, waarachter een merkwaardig homogeen compositorisch oeuvre schuilgaat.

SELECTIEVE WERKLIJST
- Orkest: Tweede vioolconcerto (1951), Zomerspelen (1961), Al naar gelang (1971), Litanie III (1980), Aquarius (symfonische versie) (1991)
- Ensemble: Tre Lieder per sonar a venti-sei (1949), Nr. 2 vcor 13 instrumenten (1951), Nummer 3 met gestreken en geslagen tonen (1952), Nr. 6 met 180 klankvoorwerpen (1954), Pour que les fruits mûrissent cet été (1975), Erst das Gesicht... (1978), Zum Wassermann (1984), Avontuur (1985), De Heilige Stad (1986), Das Haar (1990)
- Opera: Aquarius (LEre du verseau) (1983-93)
- Vocaal-instrumentaal: Elegische muziek (1950), Mis voor Paus Johannes XXIII (1968), Bélise dans un jardin (1972), Litanie IV (1981), De Stemmen van de Waterman (1985)
- Koor: Mon doux pilote s'endort aussi (1976)
- Kamermuziek: Nr. 1. Sonate voor 2 piano's (1951), Ach Golgatha! (1975), Litanie II (1980), Aemstel Kwartet (1985), De Zeven Zegels (1986), Voor Strijkkwartet (1992)
- Piano: Litanie I (1979), Pas à Pas (1985)
- Tape: Nr. 4 met dode tonen (1952), Nr. 5 met zuivere tonen (1953), Nr. 7 met convergerende en divergerende niveaus (1955), Nachklänge aus dem Theater I-II (1972)
- Instrument(en) plus tape: Stuk voor piano en tape (1964), Pianokwartet (1972), You'll never be alone anymore (1975), Litanie V (1982)

BIBLIOGRAFIE
- K. GOEYVAERTS, Das elektronische Klangmaterial, in die Reihe, 1, 1955, p. 16.
- R. TOOP, Messiaen/Goeyvaerts, Fano/Stockhausen, Boulez, in Perspectives of New Music, 13, 1, 1974, p. 141-169.
- H. SABBE, Het muzikale serialisme als techniek en als denkmethode, Gent, 1977.
- H. SABBE, ...wie die Zeit verging..., (Musik-Konzepte, 19), Munchen, 1981.
- H. SABBE, Vom Serialismus zum Minimalismus. Der Werdegang eines Manierismus. Der Fall Goeyvaerts, 'Minimalist avant la lettre, in Neuland. Ansätze zur Musik der Gegenwart, ed. H. HENCK, 3, Keulen, 1982-83, p. 203-208.
- K. GOEYVAERTS, Een zelfportret, Gent, 1988.
- M. DELAERE (ed.),The artistic legacy of K. Goeyvaerts. A collection of essays, thematic issue of Belgisch Tijdschrift voor Muziekwetenschap, 48, 1994.
- M. DELAERE, Namen werden hier zu Menschen. Zur Frühgeschichte der Darmstädter Ferienkurse. Zwei unveröffentlichte Briefe von K. Goeyvaerts, in MusikTexte. Zeitschrift für neue Musik, 54, 1994, p. 29-30.
- M. DELAERE, Sonate voor 2 piano's van K. Goeyvaerts, in Muziek en Woord, mei 1994, p. 41-42.
- W. VERVLOET, Transformatietechnieken in een repetitief werk: een analyse van Karel Goeyvaerts''Pas à Pas', in Belgisch Tijdschrift voor Muziekwetenschap, thema-nummer ed. M. DELAERE, The Artistic Legacy of Karel Goeyvaerts, 48, 1994, p. 119-132.
- H. SABBE, Goeyvaerts and the Beginnings of 'Punctual' Serialism and Electronic Music, in Belgisch Tijdschrift voor Muziekwetenschap, thema-nummer ed. M. DELAERE, The Artistic Legacy of Karel Goeyvaerts, 48, 1994, p. 55-94.
- J. LYSENS en D. von VOLBORTH-DANYS, Karel Goeyvaerts: A Chronological Survey of Works, in Belgisch Tijdschrift voor Muziekwetenschap, thema-nummer ed. M. DELAERE, The Artistic Legacy of Karel Goeyvaerts, 48, 1994, p. 15-34.
- P. DECROUPET en E. UNGEHEUER, Karel Goeyvaerts und die serielle Tonbandmusik, in Belgisch Tijdschrift voor Muziekwetenschap, thema-nummer ed. M. DELAERE, The Artistic Legacy of Karel Goeyvaerts, 48, 1994, p. 95-118.
- R. POLS, The Time is Near... Karel Goeyvaerts' Apocalyptic Utopia in his Opera 'Aquarius', in Belgisch Tijdschrift voor Muziekwetenschap, thema-nummer ed. M. DELAERE, The Artistic Legacy of Karel Goeyvaerts, 48, 1994, p. 151-172.
- D. VERSTRAETE, Staging the Ideal Society. Goeyvaerts' Conception of the Visual Aspect in 'Aquarius', in Belgisch Tijdschrift voor Muziekwetenschap, thema-nummer ed. M. DELAERE, The Artistic Legacy of Karel Goeyvaerts, 48, 1994, p. 173-192.
- M. DELAERE en J. D'HOE, Structural Aspects of New Tonality in Goeyvaerts' String Quartet "The Seven Seals", in Belgisch Tijdschrift voor Muziekwetenschap, thema-nummer ed. M. DELAERE, The Artistic Legacy of Karel Goeyvaerts, 48, 1994, p. 133-150.
- M. DELAERE, The Projection in Time and Space of a Basic Idea Generating Structure, in Belgisch Tijdschrift voor Muziekwetenschap, thema-nummer ed. M. DELAERE,The Artistic Legacy of Karel Goeyvaerts,, 48, 1994, p. 11-14.
- M. DELAERE (ed.) Karel Goeyvaerts: Paris-Darmstadt 1947-1955. Excerpt from the Autobiographical Portrait, in Belgisch Tijdschrift voor Muziekwetenschap, thema-nummer ed. M. DELAERE, The Artistic Legacy of Karel Goeyvaerts, 48, 1994, p. 35-54.
- M. DELAERE, Goeyvaerts-Feldman. Over sacraliteit in een geseculariseerde samenleving, in Muziek en Woord, november 1995, p. 23-26.
- M. DELAERE, A Pioneer of Serial, Electronic and Minimal Music. The Belgian Composer K. Goeyvaerts, in Tempo. A Quarterly Review for New Music, 195, 1996, p. 2-5.
- M. DELAERE en D. VERSTRAETE, Het Goeyvaerts-fonds in de Centrale Bibliotheek K.U.Leuven. Inleiding en Catalogus, in Musica Antiqua, 13, 1, 1996, p. 28-32.
- M. DELAERE, Y. KNOCKAERT en H. SABBE, Nieuwe Muziek in Vlaanderen, Brugge (Stichting Kunstboek), 1998, 192pp.
- M. DELAERE, D. VERSTRAETE, E. SIMOENS en J. CHRISTIAENS, Catalogus K. Goeyvaerts-archief, New Music Research Centre K. Goeyvaerts, Universiteitsarchief K.U.Leuven, 1998, 45pp. (typoscript en website).
- M. DELAERE, Very abstract Music. Karel Goeyvaerts and the Internationalisation of New Music in Flanders, in The Low Countries. Arts and Society in Flanders and the Netherlands. A Yearbook, Rekkem, 1998, p. 294-296.
- M. DELAERE, art. Karel Goeyvaerts, in I. ALLIHN (ed.), Kammermusikführer, Stuttgart-Kassel, 1998, p. 224-228.
-M. DELAERE, Das Analyseseminar Olivier Messiaens und die Entwicklung der seriellen Musik, in Chr. M. SCHMIDT e.a., in Musikwissenschaft zwischen Kunst, Ästhetik und Experiment. Festschrift Helga de la Motte-Haber zum 60. Geburtstag, Würzburg, 1998, p. 89-104.
- M. DELAERE, Auf der Suche nach serieller Stimmigkeit. Goeyvaerts' Weg zur Komposition Nr. 2, in O. FINNENDAHL (ed.), Die Anfänge der seriellen Musik (Kontexte. Beiträge zur zeitgenössischen Musik, 1), Hofheim (Wolke Verlag), 1998, p. 13-36.
- M. DELAERE, J. LYSENS en Chr. WAUTERS, Karel Goeyvaerts' Litany V for Harpsichord and Tape or for Several Harpsichords: an Analysis, in Contemporary Music Review, 19, 4, 2000, p. 117-128.
- M. DELAERE, Karel Goeyvaerts en de nieuwe muziek in België sinds 1950, in L. GRIJP e.a., Een muziekgeschiedenis der Nederlanden, Amsterdam University Press, verschijnt in 2001.
- M. DELAERE, art. Karel Goeyvaerts, in S. SADIE (ed.) The New Grove Dictionary of Music and Musicians, 2de uitg., verschijnt in 2001.

DISCOGRAFIE
- Champ d'Action plays K. Goeyvaerts, Megadisc MDC 7877, 1992.
- Litanies, Megadisc MDC 7872/73, 1994.
- String quartets (Quatuor Danel), Megadisc MDC 7853, 1996.
- Works for piano (Jan Michiels), Megadisc MDC 7848, 1996.
- Aquarius (16 vocal soloists, Royal Philharmonic Orchestra of Flanders, G. Llewelyn), Megadisc MDC7850/51, 1997.
- The serial works (Champ d'Action), Megadisc MDC 7845, 1998.
- Works 1959-1985 (Various ensembles), Megadisc 7829/30, 2000.


[© 2001 Mark Delaere, voor MATRIX]

werken

  • ... Bélise dans un jardin, 1971
    gemengd koor en verscheidene instrumenten 00:06:00
  • ... Das Haar, 1990
    hobo, klarinet, fagot, trompet, trombone en strijkkwintet 00:10:30
  • ... Erst das Gesicht... Dann die Hände... und zuletzt erst das haar..., 1978
    hobo, klarinet, fagot, trompet, trombone en strijkkwintet 00:13:00
  • ... Want de tijd is nabij, 1989
    mannenkoor en strijkorkest 00:15:00
  • Aanloop en kreet, 1991
    orkest 00:14:00
  • Aanloop en kreet, 1987
    gemengd koor en orkest 00:14:00
  • Ach Golgatha!, 1975
    harp, orgel, slagwerk 00:25:00
  • Actief-Reactief, 1968
    2 hobo's, 2 trompetten en piano 00:20:00
  • Aemstel kwartet, 1985
    fluit, viool, cello en harp 00:13:00
  • After-Shave, 1981
    viool, fluit en clavecimbel 00:03:30
  • Al naar gelang, 1971
    5 instrumentale groepen 00:00:00
  • Ambachtelijk weefsel, 1989
    sjakoehasji en 2 koto's (13 snaren) 00:00:00
  • Aquarius, 1983
    8 Sopranos en kamerorkest 01:55:00
  • Aquarius, 1992
    16 solisten en orkest 02:00:00
  • Aquarius, 1992
    16 solisten en piano 02:00:00
  • Aquarius - Tango, 1984
    piano 00:02:00
  • Avontuur, 1985
    piano solo en kamerorkest 00:13:00
  • Avontuur, 1985
    twee piano's 00:13:00
  • Cataclysme, 1963
    orkest 00:11:00
  • Catch à 4, 1969
    4 ambulante muzikanten 00:00:00
  • Chivas Regal, 1988
    clavecimbel en slagwerk 00:15:00
  • Clausule, 1979
    Recitant en instrumentaal ensemble 00:00:00
  • Concerto nr.1, 1948
    viool en orkest 00:00:00
  • Concerto nr.2, 1951
    viool en orkest 00:13:00
  • De heilige stad, 1986
    kamerorkest 00:15:00
  • De schampere pianist, 1975
    piano en spreekstem 00:06:30
  • De zang van Aquarius, 1984
    8 basklarinetten 00:09:00
  • De zang van Aquarius, 1991
    orkest 00:09:00
  • De zeven zegels, 1986
    2 violen, alt en cello 00:15:00
  • Diaphonie, 1957
    orkest 00:15:00
  • Die Litanei von der verweigerten Verbundenheit, 1985
    Mezzosopraan 00:00:00
  • Drie liederen, 1989
    Mezzosopraan, viool, altviool, cello, fluit en klarinet 00:08:00
  • Dunne bomen, 1985
    stem, theatergeluiden 00:00:00
  • Elegische Muziek, 1950
    Contralto, piano en orkest 00:16:00
  • Elegische Muziek, 1950
    Contralto en piano 00:16:00
  • En rêvant d'un carillon, 1976
    2 klavierinstrumenten (en toebehoren) 00:08:00
  • Escale à Bahia, 1986
    fluit, Sopraan en cello 00:00:00
  • Geishaliedjes, 1943
    Sopraan, fluit en 2 klarinetten 00:00:00
  • Gesang der Geister über den Wassern, 1981
    Tenor en piano 00:00:00
  • Goathemala, 1966
    Mezzosopraan en fluit 00:04:00
  • , 1971
    10 instrumentisten, 3 magnetofoons, 1 stereo magnet., diaprojector en mime 01:15:00
  • Hitte, 1945
    Bariton en piano 00:00:00
  • Honneurs funèbres à la tête musicale d'Orphée, 1978
    sextet van Ondes Martenot 00:12:00
  • Impromptu, 1944
    piano 00:00:00
  • Improperia, 1959
    koor en instrumentaal ensemble 00:10:00
  • Instant OXO, 1982
    3 slagwerk 00:00:00
  • Jeux d'été, 1961
    driedelig orkest 00:11:30
  • Kompositie nr.5, 1953
    electronische muziek 00:02:32
  • L'ère du Verseau, 1983
    orkest 00:10:00
  • La flûte de jade, 1949
    Sopraan en piano 00:00:00
  • La passion, 1962
    orkest 00:22:00
  • La Tour Eiffel, 1947
    middenstem en piano 00:00:00
  • La vie quotidienne des Aztèques, 1979
    Recitant en kleine slagwerkgroep 00:00:00
  • Les voix du verseau, 1985
    fluit, klarinet, viool, cello, Sopraan en piano 00:09:00
  • Litanie I, 1979
    piano 00:10:09
  • Litanie III, 1980
    orkest 00:15:00
  • Litanie IV, 1981
    Sopraan, fluit, klarinet, viool, cello en piano 00:15:00
  • Litanie V, 1982
    clavecimbel en magnetofoonband of verschillende clavecimbels 00:15:00
  • Litany II, 1980
    3 slagwerkers 00:08:20
  • Mis Johannes XXIII, 1968
    gemengd koor en blazers 00:20:00
  • Mon doux pilote s'endort aussi..., 1976
    gemengd koor a cappella 00:20:00
  • Muziek, 1948
    viool, Alt en piano 00:00:00
  • Nummer 4 met dode tonen, 1952
    electronische muziek 00:00:00
  • Ode, 1988
    fluit, basklarinet, Contratenor en Bariton 00:12:00
  • Opbouw, 1991
    orkest 00:00:00
  • Opus 2 voor 13 instrumenten, 1951
    13 instrumenten 00:06:30
  • Opus 3 met gestreken en geslagen tonen op. 3, 1952
    klokkenspel, piano, pauken, vibrafoon, viool, altviool en cello 00:10:15
  • Opus 6 met 180 klankvoorwerpen, 1954
    kamerorkest 00:11:30
  • Parcours, 1967
    2 tot 6 violen 00:00:00
  • Pas à pas, 1985
    piano 00:06:10
  • Paysage - Landschap, 1973
    clavichord 00:08:00
  • Pianokwartet met magnetofoon, 1972
    klavierkwartet 00:10:00
  • Pièce pour trois, 1960
    fluit, viool, piano 00:03:30
  • Plikonamu Micucona, 1979
    hoorn in fa en piano 00:02:40
  • Plikonamu Micucona, 1979
    trompet in ut en piano 00:02:40
  • Plikonamu Micucona, 1979
    trompet of bugel of cornet en piano 00:02:40
  • Plikonamu Micucona, 1979
    koper en piano 00:02:40
  • Plikonamu Micucona, 1979
    bastuba en piano 00:02:40
  • Plikonamu Micucona, 1979
    trompet en piano 00:02:40
  • Plikonamu Micucona, 1979
    bugel en piano 00:02:40
  • Plikonamu Micucona, 1979
    cornet in sib en piano 00:02:40
  • Pour que les fruits mûrissent cet été, 1975
    kamerorkest 00:30:00
  • Pour tcheng, 1974
    tcheng 00:20:00
  • Praeludium, fuga en koraal, 1945
    strijkorkest 00:07:00
  • Prélude et fugue, 1947
    piano 00:00:00
  • Quatorze saintes quintes avec leurs auréoles, 1986
    zheng met 21 snaren - met. slagwerk 00:00:00
  • Sonate, 1949
    viool en piano 00:12:00
  • Sonate nr.1 op. 1, 1951
    2 piano's 00:12:30
  • Stuk voor piano, 1964
    piano en tape 00:06:00
  • Trio, 1946
    viool, klarinet en cello 00:00:00
  • Une nuit à Monte-Carlo, 1974
    tenminste 5 instrumenten met verschillende tessituur 00:28:00
  • Van uit de kern, 1969
    2 uitvoerders 00:00:00
  • Vijf bewegingen voor strijkorkest, 1946
    strijkorkest 00:00:00
  • Vijf korte stukken, 1945
    klavier 00:07:00
  • Voor Harrie, Harry en René, 1990
    fluit, basklarinet en piano 00:11:00
  • Voor het rijpen van de zomervruchten, 1988
    11 instrumenten 00:00:00
  • Voor strijkkwartet, 1992
    2 violen, alt en cello 00:20:00
  • You'll never be alone anymore, 1975
    basklarinet en magnetofoonband 00:42:00
  • Zum Wassermann, 1984
    14 uitvoerders 00:30:00
Bladzijdes :
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10