CeBeDeM

CeBeDeM

index
van de aangesloten componisten

DEFOSSEZ, René

René DEFOSSEZ (Spa 1905 – Brussel 1988) is ongetwijfeld een van de markantste figuren van de twintigste-eeuwse Belgische muziekwereld, zowel door de veelheid aan facetten van zijn talent als door de onuitputtelijke energie die hij op verschillende gebieden van het muziekleven aan de dag legde, als Componist en Orkestleider en als Docent.

Op jonge leeftijd leert zijn vader, Léon Defossez (1876-1951), componist en violist in het orkest van het Casino van Spa, hem piano en viool spelen. Van kindsbeen af heen en weer geslingerd tussen Nice ('s winters) en Spa in het orkest van het Casino ('s zomers), trekt hij in 1923 naar het Conservatorium van Luik om er zijn opleiding te voltooien. Hij behaalt de eerste prijzen harmonie (leraar: Carl Smulders), contrapunt en fuga (leraar: François Rasse) en de eerste prijzen viool, muziekgeschiedenis en kamermuziek. Tegelijk met zijn opleiding aan het Conservatorium begint hij een carrière als soloviolist en prijkt hij op de affiche van talrijke concerten in Spa en Luik.

Tot zijn eerste werken behoren melodieën als "Il pleure dans mon coeur" (1926) naar een gedicht van Paul Verlaine, "L'oiseau Bleu" (1928) op een gedicht van Alphonse Daudet, "Le petit chat" (1928) op een gedicht van Georges Barzin, orkestwerken als "Aquarium" (1927), "Images sous-marines" (1930), een eerste strijkkwartet (1934), "Symphonie Wallone" (1935), de symfonische legende "Amaterasu" (1935) en verschillende liederen voor koren van de streek, waaronder "La Legia".

François Rasse moedigt hem aan om carrière te maken als dirigent en componist, gebieden waarop hij een grote toekomst voor hem weggelegd ziet, en in 1929 debuteert hij als Orkestleider in het Theater van het Casino van Spa.

Hij geniet al heel wat bekendheid wanneer hij in 1935 de Premier Grand Prix de Rome in de wacht sleept met zijn cantate "Le Vieux Soudard". De stad Spa benoemt hem daarop tot Muziekdirecteur, wat hem de eer verschaft, aan het hoofd van zijn orkest, de grootste beroemdheden van zijn tijd te begeleiden: Alfred Cortot, Arthur Grumiaux, Emile Guilels, Moura Lympany, Arthur Rubinstein, Jacques Thibaut…

In 1937, tijdens een concert in Spa, wordt hij opgemerkt door Corneil de Thoran, Directeur van de Koninklijke Muntschouwburg, die hem engageert als Dirigent. Naast het courante operarepertoire vertrouwt hij hem ook de directie toe van werken van Wagner en Strauss en talrijke premières, en hij doet zelfs een beroep op zijn talent als componist: "Le Subterfuge improvisé" (1938), "Floriante" (1942), "Le Sens du Divin" (1947), "Le Rêve de l'Astronome" (1950) en de ouverture van "Bals de Paris" (1954), die wordt uitgegeven bij Boosey & Hawkes en op het programma staat van talrijke orkesten wereldwijd. Na het overlijden van Corneil de Thoran, in 1953, wordt hij Muziekdirecteur van de Koninklijke Muntschouwburg, die dan geleid wordt door J. Rogatchewsky.

Hij verlaat De Munt in 1959, na 22 seizoenen en een repertoire van 120 partituren rijker.

In de jaren 60 en tot het einde van de jaren 70 neemt zijn carrière een internationale wending: Marseille, Boekarest, Sofia, Athene, Ankara, New York, Mexico, Havana… Publiek zowel als musici vallen voor de alchemie die hij tot stand brengt tussen precisie en strengheid, vuur en zwier.

Het Belgische publiek, van zijn kant, kan hem waarderen aan het hoofd van de beste orkesten, tijdens de finales of concerten van laureaten van de Koningin Elisabeth-wedstrijd, op concerten uitgezonden door het NIR en later de BRT/RTB, op tal van festivals en in alle operahuizen van ons land.

Zijn hele carrière lang onderhoudt hij ook stevige banden met de amateurmaatschappijen die hij leidt en waar vurigheid en onbaatzuchtigheid zijn enthousiasme aanwakkeren. Om er slechts enkele te noemen: "La Royale Harmonie" van Dison, "La Legia" en vooral 30 jaar aan het hoofd van "La Royale Harmonie" van Frameries, waarmee hij in 1959 de eerste prijs behaalt op het Concours International de Vichy. Ze beleven heuglijke momenten, in binnen- en buitenland, met gedurfde programma's als Orffs Carmina Burana of het Requiem van Verdi (in bewerkingen van zijn hand).

Zijn carrière als componist wordt tweemaal bekroond in het kader van de Koningin Elisabeth-wedstrijd, waarvoor zijn vioolconcerto (1951) en pianoconcerto (1956) als winnaar uit de bus komen voor het opgelegd concerto in de finaleronde en respectievelijk worden uitgevoerd door de onvolprezen laureaten Leonid Kogan en Vladimir Askenaszy.

In 1978 reikt de Unie van Belgische Componisten hem de Fuga-trofee uit ter bekroning van zijn inspanningen voor en zijn bijdrage tot de promotie van de Belgische muziek.

Op stijlgebied heeft René DEFOSSEZ in de loop der jaren uiteraard een ontwikkeling doorgemaakt. Aanvankelijk werd hij aangetrokken door het impressionisme, terwijl hij minder voelde voor het serialisme en de andere avant-gardestromingen, die hij te intellectueel vond. Trouw blijvend aan de klassieke vormen had hij echter op zijn manier oog voor moderniteit. Door zijn perfecte kennis van het orkest en de instrumentale mogelijkheden wist hij briljante tot zelfs virtuoze werken te schrijven waarbij hij de klip van de dorheid feilloos omzeilt: bij hem staan de instrumentale techniek, of zelfs bepaalde elektroakoestische middelen gecombineerd met die van het orkest, altijd ten dienste van de muzikale expressie.

Als zeer productief componist laat hij ons een indrukwekkend oeuvre na, zowel qua volume als qua verscheidenheid (meer dan 200 titels, waaronder "lichtere" werken gesigneerd onder het pseudoniem "Chamaré").

Daarnaast heeft de lesgever René Defossez zijn stempel gedrukt op verschillende generaties aankomende musici: in 1941 is hij Docent harmonie aan het Conservatorium van Luik en in 1946 Docent Orkestleiding aan het Conservatorium van Brussel. Hij blijft dat 24 jaar en zijn reputatie lokt heel wat buitenlands jong talent naar Brussel.

Van 1959 tot 1971 oefent hij ook de functie uit van Inspecteur van het Gesubsidieerd Muziekonderwijs.

In 1963 vertegenwoordigt hij België op het Wereldcongres van Componisten in Moskou. Begiftigd met een onverbiddelijk en onfeilbaar "absoluut gehoor" wordt hij door België ook afgevaardigd naar de Raad van Europa voor de normalisatie van de stemvork. De kwintessens van zijn beschouwingen legt hij neer in een fascikel met als titel "L'Education musicale de l'oreille".

Hij is 68 jaar wanneer hij, in Mexico, wordt benoemd tot Docent orkestleiding aan het Conservatorium en vervolgens voor twee seizoenen de artistieke leiding van de Opera van Mexico toevertrouwd krijgt.

Tot in de jaren 80 geeft hij zomerstages in Dijon, met het Orchestre de jeunes de la Communauté Française, en van '82 tot '85 doceert hij een Masterclass Orkestleiding aan de Zomeracademie van Libramont.

In 1970, erkend door zijn confraters, wordt hij verheven tot Lid van de Académie Royale de Belgique.

Hij is Ridder in de Kroonorde en Ereburger van de Stad Frameries en de Stad Spa, zijn geboortestad, waarvan de Muziekacademie zijn naam draagt.

© Anne Defossez, 2004 [vertaling © CeBeDeM, 2004]

werken

  • Adagio e scherzo, 1941
    fluit en orkest 00:12:00
  • Adagio e scherzo, 1941
    fluit en piano 00:12:00
  • Amaterasu, 1935
    orkest en 1 Sopraan (solo) (in de coulissen) 00:20:00
  • Aquarium, 1927
    kamerorkest 00:20:00
  • Arioso e moto perpetuo, 1968
    orkest 00:13:25
  • Aux rives de l'étang, 1930
    gemengd koor a cappella 00:08:00
  • Ballade, 1942
    klarinet en piano 00:08:00
  • Barque d'or, 1941
    Sopraan of Tenor en piano 00:02:40
  • Burlesque, 1940
    fluit, hobo, klarinet, hoorn of trompet en fagot 00:30:00
  • Ceux qui pieusement..., 1944
    Sopraan of Tenor en piano 00:03:00
  • Chansons populaires françaises, 1956
    Sopraan en gemengd koor 00:06:00
  • Chansons populaires françaises, 1956
    Sopraan en viool solo 00:06:00
  • Chansons populaires françaises, 1956
    Sopraan of Tenor en piano 00:06:00
  • Chante, 1929
    hoge stem en orkest 00:05:00
  • Chante, 1929
    middenstem en orkest 00:05:00
  • Chante, 1929
    hoge stem en piano 00:05:00
  • Cinq caractères, 1978
    viool en altviool 00:18:15
  • Concerto, 1951
    viool en piano 00:21:00
  • Concerto, 1951
    viool en orkest 00:21:00
  • Concerto, 1948
    trombone en piano 00:12:00
  • Concerto, 1956
    piano en orkest 00:20:00
  • Concerto, 1956
    2 piano's 00:20:00
  • Concerto, 1948
    trombone en harmonieorkest 00:12:00
  • Concerto, 1956
    3 piano's 00:20:00
  • Concerto, 1956
    2 piano's en orkest 00:20:00
  • Confidence matinale, 1987
    gemengd koor a cappella 00:02:40
  • Confidence matinale, 1987
    kinderkoor a cappella 00:02:40
  • Deux mélodies de Maurice Carême, 1973
    middenstem en piano 00:03:07
  • Dialogue, 1987
    saxofoons en magnetofoonband 00:07:06
  • Dis, Maman, 1985
    gemengd koor a cappella 00:01:20
  • Dis, Maman, 1985
    koor a cappella 00:01:20
  • Duo, 1956
    klarinet en fagot 00:00:00
  • Eveil, 1983
    vrouwenkoor en gitaar ad lib. 00:02:30
  • Fanfare
    fanfare 00:09:00
  • Floriante, 1942
    orkest 00:28:00
  • Funambulesque, 1943
    Bariton en orkest 00:03:00
  • Grand-mère, 1985
    mannenkoor a cappella 00:00:00
  • Grand-mère, 1985
    gemengd koor a cappella 00:00:00
  • Images sous-marines, 1930
    orkest 00:16:00
  • Impromptu, 1956
    viool en piano 00:07:30
  • Impromptu, 1977
    altviool en piano 00:06:00
  • Improvisation et fugato, 1978
    viool en piano 00:05:00
  • Improvisation et fugato, 1978
    altviool en piano 00:05:00
  • Improvisation et fugato, 1978
    cello en piano 00:05:00
  • Improvisation et fugato, 1978
    contrabas en piano 00:05:00
  • Kleine suite in oude stijl, 1956
    klokkenspel met klavier 00:09:41
  • L'amour est roi, 1946
    opera 03:00:00
  • L'enfant et l'oiseau, 1956
    Sopraan of Tenor en piano 00:01:40
  • L'infidèle, 1933
    lage stem en piano 00:05:00
  • La conquête de l'espace, 1979
    harmonieorkest en magnetische band 00:00:00
  • La grasse matinée, 1965
    Mezzosopraan en piano 00:05:00
  • La ronde, 1932
    gemengd koor a cappella 00:02:00
  • Le chasseur d'images, 1966
    Recitant en orkest 00:30:00
  • Le petit chat, 1928
    Sopraan en piano 00:03:00
  • Le rêve de l'astronome, 1950
    orkest 00:30:00
  • Le subterfuge improvisé, 1938
    Soli en orkest 00:29:00
  • Le triomphe d'Eros, 1947
    mannenkoor a cappella 00:11:30
  • Le violoneux savant, 1930
    viool en piano 00:03:00
  • Le violoneux savant, 1930
    viool en orkest 00:03:00
  • Les caprices de ma poupée, 1950
    piano 00:09:00
  • Les caprices de ma poupée, 1950
    2 piano's 00:09:00
  • Les caprices de ma poupée, 1950
    fluit, hobo, klarinet en fagot 00:09:00
  • Ma soeur la pluie, 1950
    hoge stem en orkest 00:02:00
  • Ma soeur la pluie, 1950
    mannenkoor a cappella 00:02:00
  • Ma soeur la pluie, 1950
    hoge stem en piano 00:02:00
  • Marche funèbre, 1946
    orkest 00:09:00
  • Matin cynégétique, 1948
    kamerorkest 00:05:20
  • Mélopée et danse, 1946
    klarinet of altsax en piano 00:08:00
  • Mélopée et danse, 1946
    altsaxofoon, hobo, fluit, klarinet en fagot 00:08:00
  • Mélopée et danse, 1946
    klarinet en piano 00:08:00
  • Mélopée et danse, 1946
    altsaxofoon en piano 00:08:00
  • Mélopée et danse, 1946
    klarinet en strijkkwartet 00:08:00
  • Mélopée et danse, 1946
    klarinet en orkest 00:08:00
  • Mini-symphonie, 1967
    strijkorkest 00:14:32
  • Minutes heureuses, 1947
    orkest 00:13:10
  • Nocturne, 1951
    mannenkoor a cappella 00:04:50
  • Pâques, 1951
    mannenkoor a cappella 00:07:20
  • Petit quatuor, 1972
    viool, altsax, piano en slagwerk 00:16:45
  • Petite pluie d'été, 1985
    koor a cappella 00:03:30
  • Petite pluie d'été, 1985
    gemengd koor a cappella 00:03:30
  • Petite suite, 1965
    harpenkwartet 00:00:00
  • Petite suite en forme de variations, 1957
    houtblazers 00:15:00
  • Pièce en forme de danses, 1937
    klarinet en fagot 00:15:00
  • Poème romantique, 1935
    strijkorkest 00:10:00
  • Poème romantique, 1935
    klarinet in si b met pianobegeleiding 00:10:00
  • Prélude et allegro, 1967
    klarinet si b met pianobegeleiding 00:04:00
  • Quatre petites pièces, 1956
    trompet en trombone 00:11:30
  • Quatre poèmes de Robert-Lucien Geeraert, 1981
    middenstem en piano 00:05:00
  • Quatre poèmes de Robert-Lucien Geeraert, 1981
    lage stem en piano 00:05:00
  • Quatuor à cordes, 1934
    2 violen, alt en cello 00:25:00
  • Quatuor à cordes n°2, 1950
    2 violen, alt en cello 00:22:00
  • Recitativo e Allegro, 1943
    trompet en orkest 00:12:00
  • Recitativo e Allegro, 1943
    trompet in ut of si b en piano 00:12:00
  • Reflets d'enfance, 1987
    gemengd koor a cappella 00:03:30
  • Regret, 1933
    Sopraan of Tenor en orkest 00:02:30
  • Rengaine
    harp 00:02:30
  • Sinfonietta de printemps, 1975
    orkest 00:22:00
  • Sonatine, 1958
    piano 00:14:20
  • Sonatine, 1961
    klarinet en piano 00:11:39
  • Sonatine-minute, 1976
    harp 00:07:00
  • Suite "Minutes", 1963
    kamerorkest 00:08:00
  • Symphonie wallonne, 1935
    klein orkest 00:28:00
  • Ta première larme, 1945
    Sopraan of Tenor en strijkkwartet 00:05:00
  • Ta première larme, 1945
    Sopraan of Tenor en orkest 00:01:20
  • Ta première larme, 1945
    Sopraan of Tenor en piano 00:01:20
  • Thème et trois variations, 1972
    gitaar 00:05:45
  • Toccata, 1980
    piano 00:05:30
  • Trio, 1946
    hobo, klarinet en fagot 00:14:00
  • Une étoile qui sourit, 1987
    gemengd koor a cappella 00:03:55
  • Une étoile qui sourit, 1987
    vrouwenkoor a cappella 00:03:55
  • Variations, 1941
    piano 00:09:00
  • Variations, 1938
    piano en orkest 00:14:00
  • XXIVe Caprice (Paganini), 1939
    viool en piano 00:05:00
Bladzijdes :
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12