DELEUZE, Jean-Pierre
Jean-Pierre DELEUZE, geboren te Aat in 1954, volgde zijn muziekopleiding aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel (franstalige afdeling). In 1980, na het behalen van een eerste prijs harmonie in de klas van Jean-Marie Simonis, richtte hij zich naar de studie van de compositie met Marcel Quinet en dit gedurende vijf jaar. Hij beëindigde zijn studies met het behalen van een eerste prijs fuga in de klas van Jacques Leduc. Zijn deelname aan een stage muziekanalyse in 1987, gegeven door Olivier Messiaen zal zijn verdere esthetische muziekoriëntatie sterk beïnvloeden.
Zijn muzikale taal wordt aanvankelijk beïnvloed door de laatste werken van Alexander Scriabin dat hem aanspoort tot het zoeken naar “harmonisch gekleurde” muziek. In "Lethamorphos XXI" (op een gedicht van Jacques Crickillon, 1996) maakt hij gebruik van kwarttonen en zet zo de eerste stap in de richting van het microtonale geschrift. Vanaf “Ellipsen” (trio voor klarinet, viool en piano, 1998, een werk waarvoor de Koninklijke Academie van België hem de prijs Irène Fuerisson verleent), kadert het gebruik van niet-getemperde tonen meer bepaald in de ontwikkeling van een nieuwe modus als resultaat van het op een rij zetten van harmonische tonen. Zijn laatste werken neigen grotendeels naar een beschouwende verbeeldingswereld en worden beinvloed door het spectralisme van Scelsi en Tristan Murail , zoals in “Espaces Oniriques” [Christophe Pirenne in “Les musiques nouvelles en Wallonie et à Bruxelles”, uitg. Mardaga]. Een Oosterse invloed is steeds duidelijker merkbaar; iets wat vooral duidelijk tot uiting komt in “Quatre Haïku, évocations poétiques pour orgue” (creatie te Sapporo in 2004) en “Âlap” (2005), voor bansouri, arpeggione en gitaar.
Vanaf 1989 is hij docent muziekschriftuur aan het Koninklijk Conservatorium van Mons. Hij ontwikkelt er een originele pedagogie gebaseerd op de rationele studie van de syntaxis, technieken et stijlen van de grote componisten, van renaissancevormen en barokvormen tot technieken uit de 20ste eeuw. Hij doceerde ook muziekanalyse aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth tijdens de sessie 2001-2004. In januari 2007 is hij verkozen als lid van de Koninklijke Academie van België.
werken
-
A un aspirant tué, 2007
Tenor en orgel 00:06:00 -
Alâp, 2005
bansouri, arpeggione en gitaar 00:10:00 -
Candrakalâ, 1987
viool en piano 00:02:30 -
Echos de la Ballade de l'Our, 2009
fluit en blokfluit 00:07:00 -
Ellipsen, 1998
viool, klarinet en piano 00:16:00 -
Entrée dans le jardin de lumière, 2007
orgel 00:06:00 -
Espaces oniriques, 2000
piano 00:13:00 -
Espaces oniriques, 2010
piano solo 00:07:00 -
Irrenhaus, 1989
Bariton en piano 00:06:00 -
Letamorphos XXI, 1995
hoge stem en piano 00:16:00 -
Letamorphos XXI, 1995
Bariton en piano 00:16:00 -
Maqâm, 2000
tenor-, alt- en sopraanblokfluit (1 uitvoerders) 00:05:10 -
Mers mortes, 1984
piano vierhandig 00:07:00 -
Quatre Haïku, 2004
orgel 00:15:00 -
Toccata éolienne, 2002
altviool en piano 00:05:00 -
Toccata éolienne, 2002
arpeggione en piano 00:05:00 -
Tota pulchra es, amica mea, 2010
fluit, choor en orgel 00:25:00 -
Vittoria, 1992
Bariton en klavecimbel 00:07:00 -
Vues sur le jardin de lumière, 2009
2 violen, alt, cello en piano 00:14:00
