COPPENS, Claude-A.
Claude COPPENS (°1936) studeerde bij Marcel Maas aan het Koninklijk Muziekconservatorium te Brussel, waar hij onder meer het hoger diploma piano behaalde. Daarna studeerde hij verder te Parijs bij Marguerite Long en Jacques Février. In 1960 behaalde hij het diploma van doctor in de rechten aan de Vrije Universiteit te Brussel. Hij is laureaat van het Internationale Pianoconcours te Parijs (1955), de Koningin Elisabethwedstrijd (1956) en de Internationale Pianowedstrijd te Rio de Janeiro (1957). Hij creëerde het eerste pianoconcerto van Villa Lobos onder leiding van de componist. Als uitvoerend musicus heeft hij zich gespecialiseerd in het hedendaagse pianorepertoire. Tijdens de 14-daagse van de hedendaagse muziek op de Heizel ter gelegenheid van Expo '58 maakte hij kennis met de protagonisten van de muzikale avant-garde, en dit zorgde in zijn muzikale carrière voor een ommekeer. Als componist is hij autodidakt. Coppens is als docent verbonden aan het Koninklijk Muziekconservatorium te Gent, en staat bekend om zijn eigenzinnige muziekpedagogische principes.
WERK
De eerste werken van Coppens zijn dodecafoon (Passacaille opus 7). Al snel evolueert hij echter naar een strikt punctueel serialisme (Série et Variations opus 14), nadien meer groepenserialisme (Séquences). Zijn wiskundige precisie wordt geïllustreerd door het feit dat hij in 1968 als eerste Belg de berekening van zijn structurele formules overliet aan de computer ( Pieces for Two .) De vorm van deze werken is dan ook gebaseerd op een uiterst mathematische logica, zoals bijvoorbeeld in Wheels within Wheels (1972-'73, ter gelegenheid van het Festival van Vlaanderen.) Gaandeweg integreert Coppens ook een aantal postseriële eigenheden, hetgeen ook in dit werk al duidelijk wordt. De drie delen zijn opgebouwd in een soort piramidale vorm: Wheels II is gebaseerd op Wheels I. Wheels III is dan weer afgeleid van Wheels II. In Wheels II worden de parameters melodie en ornamentatie uitgewerkt. Het werk bestaat uit een zesdelig Thema, twee Ontwikkelingen, drie Bewegingen en vijf Tussenvoegsels, van dewelke de volgorde volgens bepaalde regels door de uitvoerder bepaald kan worden. Doorheen deze verschillende componenten evolueren melodie en ornamentatie omgekeerd evenredig. In het Thema vinden we zuivere melodie met zeer elementaire versiering. De Tussenvoegsels zijn voor slagwerk, en hebben bijgevolg geen melodisch verloop. Lokale en globale ordening staan vaak in zo'n omgekeerd evenredige verhouding tot elkaar; hoe nauwkeuriger de verschillende parameters bepaald zijn, des te meer vrijheid krijgt de uitvoerder bij het organiseren van de open vorm. Een duidelijk voorbeeld hiervan is het Klavierbüchlein (work - in - (ongoing) - progress.) Deze grondige en exacte benadering wordt bij momenten op Satie-achtige wijze enigszins gerelativeerd door verbale, muzikale en visuele inside jokes in titels, muzikale verwijzingen enz. (bvb. Zwervende hobo: Le Bel Hautbois Dormant: Bac(c)hanale: Szene am Bach. ) Een belangrijk deel van Coppens' werken heeft een muziekpedagogische intentie, zoals bijvoorbeeld de Just so -studies, die stuk voor stuk een aantal ritmische en metrische moeilijkheden verwerken, en bovendien een illustratie vormen voor verschillende vernieuwende speeltechnieken.
Sinds het begin van de jaren tachtig verdiepte Coppens zich in de Hindoe-, Chinese en Japanse muziek. Ook het aleatorische element komt sindsdien sterker aan bod. In de recente werken klinkt daarnaast nog steeds de mathematische esthetiek door. In Roei 2 uit 1993 (opgedragen aan Geert Logghe en Tomma Wessel) is elke noot uiterst gedetailleerd bepaald wat betreft aanslag, dynamiek, klankkleur enzovoort. De metrische structuur wordt bepaald door wiskundige formules, waarbij de micro- en macrostructuur automatisch op elkaar afgestemd worden. Doorheen het werk vinden we talrijke expressieve en speeltechnische aanwijzingen ( dreamy, quasi Pan-fl., breathing noise only, slam lid (NOT on your fingers, please)). Coppens gebruikt daarnaast ook een eigen tekensysteem voor bepaalde uitvoeringstechnieken. Het algemene klankbeeld is dus nauwkeurig bepaald, maar er zijn ook (een beperkt aantal) plaatsen waar de uitvoerder een grotere vrijheid krijgt. (bvb. Improv.: fastest possible, furious, highest register ). Het toonmateriaal wordt op vergelijkbare wijze verwerkt in Sweet Murderers of men uit 1994, voor drie groepen (viool, alt cello; fluit, basklarinet; piano, percussie). Opnieuw is elke noot in detail beschreven wat betreft toonhoogte, exacte duur, aanslag, dynamiek, speeltechniek en klankkleur. Toch zijn er ook hier een aantal maten met de aanduiding ' liberamente: non presto, molto lirico, fuori di tempo'.
Een opmerkelijke compositie is Diffusion Limited Aggregate Fractal uit 1994. Het werk bestaat uit een simultane en horizontale juxtapositie van toongroepen. Deze toongroepen hebben geen ritmische waarde meegekregen. In de begeleidende uitvoeringsaanwijzingen verduidelijkt Coppens dat dit geen rubato impliceert: ' the physical speed remains constant throughout' (met een achtste ongeveer 240 à 276). Per notengroep vindt de muzikant op de partituur een cijfer, dat het aantal noten in de groep uitdrukt, en meteen ook de puls, de metrische structuur en de 'agogiek' bepaalt. De eerste noot dient telkens gemarkeerd te worden, zodat ook voor de luisteraar de verticale en horizontale polymetrische structuur duidelijk wordt. Daarnaast wordt de uitvoerder geholpen door een aantal aanwijzingen die de synchronisatie helpen realiseren. Het werk doorloopt in een eerste geleding een ontwikkeling van A tot Z. Een tweede evolutie leidt van AA tot XX. Elke letter omvat de afzonderlijke inzetten van de vier stemmen, waarbij nooit vier stemmen tegelijkertijd inzetten. Tussen twee letters vindt dus telkens een soort minuscule op- en afbouw plaats. In de beginfase (van A tot en met D) krijgen de vier stemmen nog een gelijk cijfer, dus gelijk aantal noten, dus gelijke metrische structuur toegewezen. Dit verandert echter doorheen de compositie, met een groeiende complexiteit tot gevolg. Vanaf G vinden we immers tot vier verschillende metrische indelingen tegelijkertijd.
SELECTIEVE WERKLIJST
- Orkest: Quatre ballades jaunes - version A (Extraites des "Premières chansons") (1961)
- Ensemble: Symetries (1961), Quatre ballades jaunes - version B (Extraites des "Premières chanson") (1967), Portrait of the artist as a young-old man (1982), ... un coup de des jamais n'abolira le hasard... (1984), ... Sweet murderers of men... (1994)
- Koor: Gedichtje van Sint Niklaas (Cantate) (1972)
- Kamermuziek: Le Tombeau d'Anton Webern (1966), Saxofoonkwartet (1980), Sonata voor fluit solo of met cello (1981-'82), Skiai (1982), ...und alle Fragen offen , (1983), The taming of the Shrewd (1985), Harp-agony, or the harp's sick chords (1991) , Roei (Lyrical songs) (1991), ...l'ombre que tu devins... (Impromptu in E) (1992), Roei 2 (1993), D.L.A. (Diffusion Limited Aggregate fractal) (1994)
- Piano: Serie et variations (1958), Quatres pieces faciles (Vier lichte stukken) (1964), Etude Concertante: rythme et contrepoint VI-VII (1971), Klavierbüchlein (Livre pour Piano) (1972), Impromptu in D (1982), Eine kleine Nachtmaer-musik (1991), Fin-de-siècle (Etude pour 'Sirènes') (1993),
- Instrument(en) plus tape: The horn of plenty (1978),
BIBLIOGRAFIE
- De Totale Mens, een gesprek met Claude Coppens , in Meesters in het Rijk der Tonen. Het Koninklijk Muziekconservatorium Gent en het Nieuwe Klankschap , o.l.v. M. Anseeuw, Gent, 1989, p. p. 66-73.
- DELAERE, M., Y. KNOCKAERT en H. SABBE: Nieuwe Muziek in Vlaanderen , Brugge, 1998.
DISCOGRAFIE
- Klavierbüchlein I, II en III, Pieces for two, Wheels within wheels II, (Alpha DBM-N-223), 1973
- The Horn of Plenty, (op Nieuwe Muziek in Vlaanderen), (R3 98007),1998.
[© 2002 Lieveke Norga voor Matrix]
werken
-
'Just so' studies, 1980
piano 00:00:00 -
(H, x, h) or The space where fractals live, 1999
blokfluitenkwartet en slagwerk 00:12:00 -
... Sweet murderers of men..., 1994
viool, alt, cello, fluit, baskl., piano, slagwerk 00:12:15 -
... un coup de dés jamais n'abolira le hasard..., 1984
marimba en klarinettenorkest 00:08:32 -
... und alle Fragen offen, 1983
tcheng en slagwerk 00:00:00 -
..., sweet murderers of men,..., 1993
strijkkwartet en slagwerk 00:00:00 -
...l'ombre que tu devins..., 1992
viool en piano 00:06:00 -
3 1/2 - Page sonata, 1985
viool 00:06:00 -
Bassoon or late, 1985
fagot 00:06:00 -
Between flourish and folia, in a grove, 1985
fluit in C 00:06:00 -
Cadenza : decadenza, 1985
trompet 00:05:30 -
Cellophan (-) Asia, 1985
cello 00:06:00 -
Concerto nr.2, 1972
viool en orkest 00:09:00 -
D.L.A., 1994
4 blokfluiten 00:00:00 -
Eine kleine Nachtmaer-Musik, 1991
piano vierhandig 00:05:30 -
Etude concertante : Rythme et contrepoint VI - VII, 1971
piano 00:08:30 -
Fin-de-siècle, 1993
piano 00:05:00 -
Gedichtje van Sint Niklaas, 1972
2-stemmig kinderkoor, blaaskwintet en dubbel kwartet of dubbel octet 00:09:00 -
Harp-agony, or the harp's sick chords, 1991
harp 00:06:00 -
Hornitography, 1985
hoorn 00:06:00 -
Impromptu in D, 1982
piano 00:06:00 -
Kagura, 1990
12 kopers en slagwerk 00:07:00 -
Klavierbüchlein, 1972
piano 00:17:00 -
Le tombeau d'Anton Webern, 1966
fluit, cello en piano 00:20:00 -
Mélopée II, 1988
fluit, hobo, klarinet, hoorn, piano, viool, altviool, cello 00:00:00 -
Poïêtikon (A+B), 1986
viool en piano 00:06:15 -
Portrait of the artist as a young-old man, 1982
13 klarinetten 00:00:00 -
Pour fêter (sic) la mort de Mozart, 1991
piano vierhandig 00:16:00 -
Proportional representation, 1985
klarinet si b 00:06:00 -
Quatre ballades jaunes - version A op. 15, 1961
Sopraan, Tenor en strijkorkest 00:10:00 -
Quatre ballades jaunes - version B op. 15/bis, 1967
Sopr. of Mezzos., Tenor of Trial, fluit, klarinet, vibrafoon, harp, viool, cello 00:10:00 -
Roei, 1991
versterkte fluit 00:26:00 -
Roei 2, 1993
blokfluit en geprepareerde piano 00:08:11 -
Saxofoonkwartet, 1980
4 saxofoons 00:13:30 -
Série et variations op. 14, 1958
piano 00:06:00 -
Sinfonia grottesca
orkest 00:22:00 -
Sinfonia piccola, 1988
kamerorkest 00:00:00 -
Skiai, 1982
trombone en slagwerk 00:13:00 -
Sliding, 1985
trombone 00:06:00 -
Sonata, 1981
fluit in C solo of met cello 00:00:00 -
Sonata, 1981
fluit in C solo 00:00:00 -
Sonata, 1981
fluit in C met cellobegeleiding 00:00:00 -
Sonate : structure 1, 1964
piano 00:11:30 -
Symétries op. 18, 1961
fluit, hobo, klarinet la, fagot, 2 violen, altviool, cello en contrabas 00:11:00 -
The five wind quarters, 1985
slagwerk 00:30:00 -
The horn of plenty, 1978
versterkte hoorn, slagwerk en magnetofoonband 00:25:00 -
The poly-famous tuba, 1985
tuba 00:06:00 -
The pro and the contrabass, 1985
contrabas, al dan niet versterkt 00:06:00 -
The taming of the shrewd (oeuvre complète), 1985
kwintet 00:45:00 -
The taming of the shrewd 1.1, 1.2, 1.3, 1985
fluit, hobo en klarinet 00:06:00 -
The taming of the shrewd 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1985
fluit, hobo, klarinet en fagot 00:06:00 -
The taming of the shrewd 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 2.1, 1985
blaaskwintet met pianobegeleiding 00:06:00 -
The taming of the shrewd 1.4, 2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 1985
blaaskwintet 00:06:00 -
The taming of the shrewd 2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 1985
hoorn, trompet, trombone, tuba 00:06:00 -
The taming of the shrewd 2.2, 2.3, 2.4, 1985
trompet, trombone en tuba 00:05:30 -
The taming of the shrewd 4.1, 4.2, 4.3, 4.4, 1985
2 violen, alt en cello 00:24:00 -
Une semaine de bonté, 1985
altviool 00:06:00 -
Vier Lichte Stukken - Quatre pièces faciles, 1964
piano 00:14:30 -
Wandering hobo : Bac(c)hanalia, 1985
hobo 00:06:00 -
Wheels within wheels I, 1972
altsaxofoon 00:22:00
