CeBeDeM

CeBeDeM

index
van de aangesloten componisten

CHEVREUILLE, Raymond

CHEVREUILLE, Raymond, Jean, Félicien, componist, lid van de Koninklijke Academie van België, geboren in Watermaal-Bosvoorde (Brussel) op 17 november 1901, overleden in Montignies-le-Tilleul op 9 mei 1976.

Raymond Chevreuille begint zijn muzikale opleiding in de muziekschool van Sint-Joost-ten-Noode. Vervolgens gaat hij harmonie studeren aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. In die discipline behaalt hij in 1922 in de klas van Gabriel Minet een tweede prijs, en in 1924 in de klas van Francois Rasse een eerste prijs. Hij verlaat zeer snel de instelling om als autodidact zijn opleiding te vervolmaken.

In 1936 wordt hij aangeworven aan het Nationaal Instituut van de Radio-omroep als klankopnamespecialist en verwerft er een grondige bekwaamheid op het vlak van de orkestratie en de akoestiek. Hij geeft ook enkele cursussen in de muziekschool van Sint-Joost-ten-Noode. In 1956 wordt hij directeur van de Franstalige programma's, een functie die hij tot zijn pensioen in 1966 zal bekleden.

Chevreuille componeerde zowel voor de concertzaal als voor het toneel, de opera of de radio. Hij zorgde er steeds voor van de begane paden af te wijken, door veelvuldig gebruik te maken van atonaliteit, polytonaliteit of modaliteit, zonder zich ooit te beperken tot een enkele van deze wegen. Het grootste belang hecht hij aan de expressie; niet met een specifiek beschrijvend doel, maar geleid door de behoefte om gevoelens op te roepen. Dit resulteert in een stijl die nog dicht aanleunt bij het Franse impressionisme, maar bevrijd is van subjectief gewicht en waarin hoekiger melodieën en dichtere samenklanken worden opgenomen.

In het kader van de Pro Arte Concerten, die in Brussel in de jaren twintig door Paul Collaer werden georganiseerd, begint hij zich voor de hedendaagse muziek te interesseren. Na het werk van Richard Strauss en Igor Stravinski grondig te hebben bestudeerd - hiervan getuigen enkele werken die hij verkoos te vernietigen - schrijft hij zijn eerste compositieproeven in de stijl van het Weense expressionisme. Het is hoofdzakelijk Berg die hem zal beïnvloeden en hij zal een van de eerste Belgische componisten zijn om het seriële muziekschrift uit te proberen.

In 1928 signeert Chevreuille zijn eerste opus, een strijkkwartet. Zoals Schoenberg in zijn tweede strijkkwartet opus 10, voegt hij aan de vier strijkers een sopraanstem toe. Zijn belangstelling voor Berg is meer waarneembaar in het strijkkwartet opus 5 (1934), dat van een recensent de bijnaam «Quatuor des aphorismes» kreeg, zodanig doet het denken aan het kortaangebondene van Webern. Zijn reputatie vestigt zich vrij snel en, vanaf 1934, zal zijn werk regelmatig op het Festival van de Internationale Vereniging voor Hedendaagse Muziek worden gespeeld. Tussen 1930 en 1945 zal het kwartet voor hem een bevoorrechte vorm zijn van opzoekingen en reflecties. Hij componeert er zes (op. 1, 5, 6, 13, 23, 32) evenals een cellokwartet (op. 24, 1942).

Door zijn werken heen, zoekt Chevreuille een eigen stijl door de dodecafonische techniek toe te passen en door te proberen zich te bevrijden van vormelijke verplichtingen. Hoewel hij zich aanvankelijk aanpaste aan de traditie van een duidelijk vastgelegde vorm gestructureerd op basis van tegengestelde thema's, heeft zijn voorliefde voor het expressionisme van Berg hem langzamerhand geleid tot vrijere opvattingen in composities waar droombeelden, psychologie, eenzaamheid, tegenstrijdige gevoelens doorheen spoken. Chevreuille evolueert naar een chromatische taal, gebaseerd op een hiërarchie van polariteiten, dat wil zeggen door aan bepaalde klanken een predominantie toe te kennen.

Het oeuvre van Chevreuille bestaat voor het grootste deel uit orkestwerken : drie pianoconcerto's (op. 10, 1937; op. 50, 1952; op. 88, 1968), drie vioolconcerto's (op. 19, 1941; op. 56, 1953; op. 86, 1965), twee celloconcerto's (op. 16, 1940), een trompetconcerto (op. 58/4, 1954), negen symfonieën (op. 14, 30, 47, 54, 60, 67, 68, 84, 95), thematisch geïnspireerde werken waaronder Barbe Bleue (op. 42, 1949), Breughel, peintre des humbles (op. 82, 1963), Carnaval à Ostende (op. 72, 1959), Cendrillon (op. 33, 1946). In Breughel, peintre des humbles bereikt hij een hoogtepunt in sonore evocatie. Opgebouwd uit vijf delen (Fanfare à la gloire de Breughel, le Repas de Noces, la Fenaison, les Jeux d’enfants, le Combat de Carnaval et de Carême), verkent het werk alle mogelijkheden van het orkest en ontwikkelt een sterk gecontroleerde stijl. Zijn dubbelconcerto voor saxofoon en piano (oorspronkelijk voor alto en piano, op. 34, 1946) wordt ook gekenmerkt door een grote thematische verbeelding en een ritmische vindingrijkheid die duidelijk sterk onder invloed staat van de jazz.

De gevoeligheid van Raymond Chevreuille is zeer gevarieerd. Een poëtische inslag, vaak teder, etherisch, uit zich in zijn twee cantaten, Evasions (1942) en Les saisons (1943), terwijl dramatische intensiteit of uitdrukkingsernst vooral zijn kwartetten kenmerkt. De werken die het meest onder de invloed van Berg staan (de derde symfonie, het tweede pianoconcerto) zijn van een bitterder pessimisme. Deze expressieve diversiteit weerspiegelt zich ook in de keuze van teksten van Maurice Carême, Aragon, Franc-Nohain, Emile Verhaeren, Sint Franciscus van Assisi, Joseph Weterings en P. de Clairmont.

Zijn belangstelling voor de orkestratie en zeer waarschijnlijk ook zijn ervaring als geluidstechnicus hebben zijn uitgesproken keuzes op het gebied van instrumentale kleuren en het verbinden van timbres beïnvloed. Op dat vlak heeft hij in de jaren vijftig totaal nieuwe en zeer geslaagde combinaties verwezenlijkt. In zijn twee grote radiowerken D’un diable de briquet op. 45 en L’Elixir du Révérend Père Gaucher op. 48 (naar Alphonse Daudet, 1951), heeft hij een beroep gedaan op de experimentele technieken van de elektroakoestische muziek. schreef ook een kameropera, Atta Trollop. 51 (naar H. Heine, 1952) en verschillende balletten : Jean et les argayonsop. 7 (1934), Cendrillonop. 33 (1946), Le Bal chez la potièreop. 59 (1954).

Zijn loopbaan als componist werd bekroond met talrijke prijzen waaronder de Prix de l’Art populaire in 1944, de Prijs van de Academie Picard in 1946, de Italia-prijs in 1950 voor D'un diable de briquet. Zijn tweede pianoconcerto werd in 1952 het plichtwerk voor de Koningin Elisabethwedstrijd. Hij ontving ook prestigieuze opdrachten, waaronder een symfonie van het Koussevitzky Fonds van de Library of Congress, en een cantate van Belgische volksliederen op verzoek van het Festival van Pittsburg.

Raymond Chevreuille is geen streekcomponist, maar wel een van de meest gewaardeerde Belgische componisten van zijn land. Zoals André Souris, Albert Huybrechts of Jean Absil, is hij een van de meest vernieuwende musici van zijn generatie en hij is er bovendien in geslaagd een Europese reputatie op te bouwen.

Raymond Chevreuille werd op 4 januari 1973 verkozen tot lid van de Koninklijke Academie van België.

Valérie Dufour

Nouvelle biographie nationale, vol. 9, Brussel, 2007, blz. 79-80.

werken

  • Assonances op. 80, 1961
    Recitant en orkest 00:14:00
  • Atta Troll op. 51, 1952
    Soli en orkest 00:30:00
  • Barbe Bleue op. 42, 1949
    orkest 00:15:00
  • Bruegel, peintre des humbles op. 82, 1963
    orkest 00:26:00
  • Burlesque op. 20, 1941
    cello en piano 00:06:00
  • Burlesque op. 20, 1941
    cello en orkest 00:06:00
  • Carnaval à Ostende op. 72, 1959
    orkest 00:32:00
  • Cendrillon op. 33, 1946
    orkest 00:55:00
  • Chansons op. 36, 1947
    middenstem en piano 00:08:00
  • Cinq bagatelles op. 53, 1952
    2 violen, alt en cello 00:13:00
  • Complainte pour l'orgue de la Nouvelle Barbarie op. 38, 1948
    solo, choor and divers 00:11:00
  • Concerto op. 16, 1940
    cello en orkest 00:24:00
  • Concerto op. 58/4, 1954
    trompet en orkest 00:13:00
  • Concerto op. 58/4, 1954
    trompet en piano 00:13:00
  • Concerto op. 79, 1961
    fluit en kamerorkest 00:15:00
  • Concerto op. 37, 1947
    orkest 00:30:00
  • Concerto op. 29, 1943
    houtblazerstrio en orkest 00:25:00
  • Concerto op. 89, 1968
    klarinet si b, strijkorkest, pauken en slagwerk 00:18:00
  • Concerto op. 43, 1949
    hoorn en orkest 00:24:00
  • Concerto grosso op. 77, 1961
    2 trompetten in ut en orkest 00:21:00
  • Concerto n°1 op. 19, 1941
    viool en orkest 00:30:00
  • Concerto n°1 op. 10, 1937
    piano en orkest 00:22:00
  • Concerto n°2 op. 50, 1952
    2 piano's 00:24:00
  • Concerto n°2 op. 50, 1952
    piano en orkest 00:24:00
  • Concerto n°2 op. 56, 1953
    viool en orkest 00:23:00
  • Concerto n°2 op. 56, 1953
    viool en piano 00:23:00
  • Concerto n°2 op. 87, 1965
    cello en orkest 00:25:30
  • Concerto n°3 op. 88, 1968
    piano en orkest 00:20:00
  • Concerto n°3 op. 86, 1965
    viool en orkest 00:17:30
  • Consonances op. 83, 1963
    Recitante en kamerorkest 00:13:00
  • D'un diable de briquet op. 45, 1950
    Recitant, Sopraan, ensemble van Basstemmen (minimum 9) en orkest 00:40:00
  • D'un monde imaginaire op. 74, 1960
    1 middenstem en orkest 00:15:00
  • Deux mélodies op. 4, 1933
    Mezzosopraan en strijkkwartet 00:07:15
  • Divertissement op. 40, 1948
    kamerorkest 00:15:00
  • Divertissement op. 21, 1942
    fluit, hobo, klarinet, hoorn en fagot 00:15:00
  • Divertissement op. 33, 1946
    orkest 00:15:00
  • Double concerto op. 34, 1946
    altviool of altsaxofoon, piano en orkest 00:21:00
  • Double concerto op. 34, 1946
    altviool, piano en orkest 00:21:00
  • Double concerto op. 34, 1946
    altsaxofoon, piano en orkest 00:21:00
  • Evasions op. 25, 1942
    Sopraan en orkest 00:15:00
  • Histoires plaisantes op. 55, 1952
    Bariton en strijkorkest 00:10:00
  • L'éléphant et le papillon op. 17, 1941
    gemengd koor en orkest 00:20:00
  • L'élixir du révérend père Gaucher op. 48, 1951
    Soli en orkest 00:30:00
  • La dispute des orgues op. 18, 1941
    gemengd koor, orkest en Recitant (ad lib.) 00:20:00
  • La lanterne magique op. 44, 1949
    gemengd koor en verscheidene instrumenten 00:20:00
  • Le cantique du soleil op. 15, 1940
    gemengd koor en orkest 00:19:00
  • Mouvements op. 66, 1956
    kopers 00:10:30
  • Mouvements symphoniques op. 12, 1938
    kamerorkest 00:12:00
  • Musique de salon op. 49, 1951
    fluit, viool, altviool en cello 00:19:00
  • Musiques lilliputiennes op. 22, 1942
    fluitkwartet 00:11:00
  • Pastorale variée op. 75, 1960
    hobo en piano 00:05:00
  • Petite suite op. 3, 1931
    orkest 00:10:00
  • Prélude, scherzando et marche op. 92, 1968
    hoorn en piano 00:09:30
  • Quatuor op. 24, 1942
    cellokwartet 00:16:00
  • Quatuor à cordes n°1 op. 1, 1930
    2 violen, alt, cello en Sopraan 00:20:00
  • Quatuor à cordes n°2 op. 5, 1934
    2 violen, alt en cello 00:16:00
  • Quatuor à cordes n°3 op. 6, 1934
    2 violen, alt en cello 00:20:00
  • Quatuor à cordes n°4 op. 13, 1939
    2 violen, alt en cello 00:20:00
  • Quatuor à cordes n°5 op. 23, 1943
    2 violen, alt en cello 00:26:00
  • Quatuor à cordes n°6 op. 32, 1945
    2 violen, alt en cello 00:20:00
  • Quatuor de violoncelles op. 24, 1942
    cellokwartet 00:16:00
  • Quatuor de violoncelles op. 24, 1942
    4 altviolen 00:16:00
  • Quintette op. 91, 1968
    klarinet in si b en strijkkwartet 00:26:25
  • Récit et air gai op. 46, 1950
    klarinet en piano 00:09:00
  • Récitatif et marche op. 78, 1961
    contrabas en piano 00:03:00
  • Récréation de midi op. 63, 1955
    strijkorkest 00:06:00
  • Rhapsodie op. 93, 1969
    Mezzosopraan (of Contralto) en kamerorkest 00:00:00
  • Saisons op. 26, 1943
    Bariton en kamerorkest 00:15:00
  • Sérénade op. 65, 1956
    fluit, hobo, klarinet, hoorn en fagot 00:14:00
  • Short symphony op. 54, 1952
    orkest 00:14:00
  • Sonate op. 57, 1953
    viool en piano 00:16:00
  • Sonate op. 42, 1949
    cello en piano 00:20:00
  • Sonatine op. 27, 1943
    piano 00:10:00
  • Sonatine op. 94, 1970
    klarinet en piano 00:10:00
  • Sonatine op. 70, 1959
    altviool en piano 00:13:00
  • Suite pour piano op. 28, 1943
    piano 00:18:00
  • Symphonie op. 68, 1958
    kamerorkest 00:18:00
  • Symphonie des souvenirs op. 30, 1944
    gemengd vocaal kwartet, Recitant(e) en orkest 00:45:00
  • Symphonie n°1 op. 14, 1939
    orkest 00:30:00
  • Symphonie n°3 op. 47, 1951
    orkest 00:45:00
  • Symphonie n°6 op. 67, 1957
    orkest 00:28:00
  • Symphonie n°7 op. 84, 1964
    orkest 00:26:00
  • Symphonie n°8 op. 95, 1970
    orkest 00:25:00
  • Symphonie printanière op. 60, 1954
    kamerorkest 00:18:00
  • Trio op. 90, 1968
    fluit, altviool en contrabas of cello 00:14:30
  • Trio op. 90, 1968
    fluit, altviool en contrabas 00:14:30
  • Trio op. 90, 1968
    fluit, altviool en cello 00:14:30
  • Trio à clavier op. 8, 1936
    viool, cello en piano 00:17:00
  • Trois poèmes de Paul Verlaine op. 73, 1959
    Contralto en piano 00:06:00
  • Une petite musique pour Mozart op. 64, 1964
    viool en piano 00:05:00
  • Variations op. 36, 1946
    viool en piano 00:18:00
  • Variations aimables, 1936
    kamerorkest 00:06:00
  • Vox Belgarum op. 52, 1952
    gemengd vocaal kwartet en piano 00:08:00
Bladzijdes :
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10